Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

U bent hier:  › strips

strips

Marc Sleenmuseum lanceert Nerobier

Marc Sleen met Nerobier

Hoe kan het oeuvre van een (strip)auteur keer op keer, en telkens anders onder de aandacht gebracht worden? Die vraag vormt de uitdaging voor de Stichting Marc Sleen en diens voornaamste uithangbord, het Museum Marc Sleen. Vorige week lanceerde het museum een nieuw bier op de markt. Dat kreeg, heel toepasselijk, de naam ‘Nero’ mee.


Geleerd in een strip | StuDOEdag

Kan/moet je strips in de klas gebruiken? Wat is de kracht van de beeldtaal van strips? Is alles waar in de verhalen van Vandersteen? Waar eindigt de strip en begint de kunst? Behoren strips tot ons erfgoed? …

Programma

10.00 uur: Onthaal met koffie.

10.15 uur: ‘Een Bekende Belg Bekent…’

10.45 uur: Gedifferentieerd museumparcours voor dummies/gevorderden: doén + nabespreking

12.15 uur: Broodjeslunch

13.00 uur: ‘Laat ze strips lezen!’ door Jan Cumps, Interfacultair Instituut voor Levende Talen (KULeuven)

13.30 uur: Workshops:

Gestripte verbeelding

Op vrijdag 23 april 2010 vindt in het Limburgs Museum te Venlo een studiedag plaats over de rol en betekenis van beeldcultuur in het algemeen en volksprenten en strips in het bijzonder. Deze dag wordt georganiseerd in het kader van de tentoonstelling Suske en Wiske - De fantasievolle vertellers, die nog tot en met 19 september te zien is in het Limburgs Museum. 'Beelden spreken voor zich' of 'één beeld zegt meer dan 1000 woorden' zijn bekende gezegden. Maar is dat zo? Welke boodschappen bevatten beelden en met welke betekenissen worden beelden geassocieerd?

In Memoriam Jacques Martin (1921-2010)

Foto van Jacques Martin, (c) Casterman

Jacques Martin, een van de laatste grootmeesters van de Belgische strip, overleed op de ochtend van donderdag 21 januari 2010. Hij was 88 jaar.

Jacques Martin werd in 1921 in Straatsburg geboren. Hij was de laatste belangrijke vertegenwoordiger van de Brusselse school. Deze generatie van virtuoze verhalenvertellers ontstond direct na de Tweede Wereldoorlog rond Hergé en Jacobs die de kern vormden van het weekblad Kuifje. Jacques Martin kwam in 1948 de gelederen versterken. Hij werkte negentien jaar lang samen met Hergé en hij stak Jacobs al vlug naar de kroon.


Brusselse volksverhalen gestript

Brussel_in_beeldekens_cover

Een stripboek, een tentoonstelling in het Belgisch Stripcentrum, wandelvoordrachten en een educatieve werking voor kinderen... Dat is in één volzin het ambitieuze, creatieve pakket dat de Erfgoedcel Brussel uitwerkte met de ronkende titel 'Brussel in beeldekes. Manneken Pis en andere sjarels'.


Museum Marc Sleen uit de startblokken!

Marc Sleen | Nero | Het spook van de ZandstraatBrussel is sinds 18 juni 2009 een museum rijker: het Marc Sleen Museum. Het bevindt zich in de Zandstraat, in de (volledig gerenoveerde) gebouwen van La Presse Socialiste, rechttegenover het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal, ook wel bekend als het 'Stripmuseum'.

De Zandstraat is een plek met geschiedenis. Hier klopte voor de aanleg van de Noord-zuidas het krantenhart van het land.


The Ten-Cent Plague. The Great Comic-Book Scare and How it Changed America

The Ten-Cent PlagueHet stripverhaal in de Verenigde Staten – de comic of dikwijls ook wel simpelweg funny genoemd – zat vanaf het einde van de 19e eeuw stevig in de lift. De strijd van krantenmagnaten als Rudolph Hearst om de krantenlezer zorgde voor extra creatieve impulsen. Tijdens en vlak na WO II bloeide de 10 cent comic-industrie als nooit tevoren, met tijdschriften als Crime does Not Pay en Smash Comics.


Publicatie Thierry Groensteen, La bande dessinée. Mode d’emploi.

Groensteens titel is een knipoogje naar Georges Perecs magnum opus La vie mode d’emploie en snijdt op overtuigende manier een aantal aspecten aan van wat hijzelf “un objet culturel non identifié” – het beeldverhaal – noemt. Aan de hand van talrijke auteurs (gaande van ‘pioniers’ als Winsor McCay en George Herriman, ‘klassiekers’ als Franquin en E.P. Jacobs over de ‘nouvelle vague’-auteurs als Alan Moore en Blain tot en met minder bekende, hedendaagse kunstenaars als Dave McKean en Baudoin) fileert Groensteen moeiteloos een aantal prangende thema’s.