Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

U bent hier:  › Bovenlokale depotwerking: onderzoek Limburg

Bovenlokale depotwerking: onderzoek Limburg

Bovenlokale depotwerkingDe onderzoeksopdracht
Collecties van roerend erfgoed kunnen niet altijd goed beheerd worden op de plaats waar ze zich bevinden, door gebrek aan ruimte, tijd, financiële middelen, mankracht, knowhow… Voor de Vlaamse Gemeenschap is deze problematiek al geruime tijd een aandachtspunt in het kader van een vernieuwd cultureel-erfgoedbeleid.

Kan een of andere vorm van depotwerking een oplossing bieden voor de bestaande noden in de erfgoedsector?
Begin 2002 werd op initiatief van het Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed, in samenwerking met de Erfgoedcellen Antwerpen, Brugge en Gent en met de steun van de Vlaamse Gemeenschap een onderzoek opgestart naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een open depotwerking in de provincie Limburg. De praktische realisatie was in handen van Petra Driesen, onderzoekster bij het archeologisch projectbureau ARON bvba. De einddoelstelling van het onderzoek was het formuleren van goed gestaafde aanbevelingen voor de provinciale beleidsbepalers, om deze in staat te stellen genuanceerde en doordachte keuzes te maken bij het ontwikkelen van een bovenlokale depotwerking.

Het erfgoedlandschap: wie beheert, bezit, beschermt, onderzoekt, bekijkt en bewondert het erfgoed?
Een depotwerking zit vanzelfsprekend verweven in het ‘erfgoedlandschap’ waarin heel wat betrokkenen actief zijn. Sommige actoren zullen samen de depotwerking opbouwen, andere zullen invloed uitoefenen van bovenaf en bijvoorbeeld het vereiste kader scheppen voor de depotwerking, nog andere zullen advies geven of een extern aanspreekpunt vormen. De belangrijkste actoren in het erfgoedlandschap die een rol kunnen spelen in de depotwerking, zijn enerzijds de beleidsmakers van de federale, de Vlaamse, de provinciale overheid en de gemeentebesturen, anderzijds de erfgoedbezitters en -beheerders in verenigingen, instituten, openbare besturen, musea en de privé-sector en tot slot ook de onderzoekers en het publiek.

Depotwerking: bijdragen tot een verantwoord erfgoedbeheer
In het onderzoek rond de wenselijkheid en haalbaarheid van een open depotwerking werd naar een antwoord gezocht op vragen als:

  • Welke functies moet de depotwerking omvatten: louter bewaring en conservering of ook actieve depotwerking en mogelijkheden voor ontsluiting van het erfgoed? Welke formule beantwoordt het best aan de noden?
  • Welke rol kunnen de verschillende partners en de provinciale overheid hierin spelen? Een depotwerking (anders dan een depot) heeft een ondersteunende functie ten aanzien van partners en erfgoedbezitters. Hoe moet de samenwerking met andere sectoren (bv. monumentenzorg) verlopen?
  • Is het mogelijk en wenselijk dat de depotwerking toegankelijk wordt gemaakt voor het publiek, en in welke mate – hoe open kan de depotwerking zijn?

Depotwerking begint met een solide visie
Het complexe systeem van een depotwerking moet onderbouwd zijn met beleidsmatige keuzes, doelstellingen en een permanente controle van de werking. Die initiële fundamentele visie kan opgedeeld worden in drie gebieden waarop de initiatiefnemers duidelijke richtingslijnen dienen uit te zetten.

De drie pijlers van de open depotwerking: erfgoed, werking, infrastructuur
Een depotwerking steunt in de eerste plaats op de pijler erfgoed. Het samenbrengen van uiteenlopende soorten erfgoed van verschillende herkomst en van diverse eigenaars onder één dak, met de bijbehorende materiële en ook juridische aspecten, moet vooraf goed doordacht worden. De pijler werking omvat de interne werking van het depot, de functieverdeling, het management enz., evenals de objectgerichte werking of omgang met het erfgoed en de publiekgerichte werking of actie naar de buitenwereld toe. De pijler infrastructuur behelst alle aspecten van het gebouw en de inrichting ervan, met het oog op de creatie van een verantwoorde omgeving voor het erfgoed dat aan het depot is toevertrouwd, zodat de depotwerking optimaal kan verlopen zowel wat de interne activiteit als de ontsluiting voor het publiek betreft.

Bouwstenen van de open depotwerking
Een open depotwerking omvat de zorg voor erfgoedobjecten vanaf het uitpakken, over het registreren, conserveren… tot het openstellen voor onderzoekers en publiek. Om die waaier van activiteiten optimaal te kunnen organiseren, is een systeem nodig waarin de verschillende aspecten van de werking op een heldere manier onderscheiden en beschreven worden. De in het onderzoeksrapport besproken ‘bouwstenen’ zijn die vele verschillende aspecten van de depotwerking. Zij worden als afzonderlijke essentiële elementen behandeld, maar wel in relatie tot andere bouwstenen, want zij maken deel uit van het organische geheel van een depotwerking.

Vier modellen van depotwerking
In de theoretische analyse van de open depotwerking werden een aantal bouwstenen of essentiële aspecten onderscheiden, binnen het grotere kader van de drie pijlers erfgoed, werking en infrastructuur.

Met de bouwstenen werden vier theoretische modellen van depotwerking samengesteld die in een verschillende realiteit kunnen passen. Deze modellen, of combinaties van onderdelen ervan, kunnen als basis dienen voor de concrete uitbouw van een (open) depotwerking. Sommige aspecten van de modellen zijn hier en daar al verwezenlijkt.

De vier modellen zijn:

  • de gespecialiseerde depotwerking
  • de gecentraliseerde depotwerking
  • het aangestuurde netwerk
  • het losse netwerk

Bovenlokale depotwerkingEen stappenplan voor de uitbouw van een open depotwerking
In het onderzoeksrapport wordt de theoretische analyse besloten met een overzichtelijk en gedetailleerd stappenplan voor een ‘depotwerking in aanbouw’, in zeven duidelijk onderscheiden fases: de oriëntatiefase, de definitiefase, de uitwerkingsfase, de voorbereidingsfase, de realisatiefase, de functioneringsfase, de evaluatiefase. Na elke fase hoort een evaluatie te gebeuren in de vorm van een faserapport, gevolgd door een beslissingsmoment van de initiatiefnemer in overleg met het projectteam.

Dit stappenplan vormt een leidraad voor de uitbouw van een open depotwerking vanaf het eerste idee tot aan de opstart van de depotwerking en de finale evaluatie.

In de praktijk zal het stappenplan natuurlijk aangevuld worden en een eigen vorm krijgen overeenkomstig de specifieke vereisten en beperkingen van het project. Maar de grondslagen van een ‘depotwerking in aanbouw’ zijn onveranderlijk:

  • een inhoudelijke langetermijnvisie,
  • een goed afgebakende organisatorische structuur,
  • een voldoende grote en zekere financiële basis,
  • een permanente dialoog,
  • een regelmatige informatiedoorstroming, ook naar de buitenwereld.

Veldonderzoek voor de provincie Limburg rond een open depotwerking
In dit onderzoek werd bij een aantal erfgoedbezitters (musea, kerkfabrieken, geschiedkundige en heemkundige kringen…) in de provincie Limburg nagegaan of er bij hen behoefte bestaat aan een depotwerking en in welke vorm. De doelgroepen werden ondervraagd over het erfgoed in hun bezit, de toestand daarvan en de problemen, de door hen genomen beheers- en behoudsmaatregelen, en hun houding en verwachtingen ten aanzien van een bovenlokale (provinciale) depotwerking.

Depotwerking in Limburg: van onbestaand over amateuristisch tot professioneel
In het algemeen is het beheer van het Limburgse erfgoed, uitgezonderd het door erkende musea beheerde erfgoed, voor verbetering vatbaar. Vooral textiel, papier en schilderijen, grote industriële en agrarische voorwerpen, gepolychromeerde objecten zijn de zorgenkinderen. De maatregelen die voor het beheer en behoud van het erfgoed worden genomen, zijn erg uiteenlopend en kaderen in een aanpak die varieert van amateuristisch tot professioneel. Bij de erkende musea bestaat doorgaans al een depotwerking met een geprofessionaliseerd erfgoedbeheer en -behoud.

Conclusie
Sommige erfgoedbezitters hebben financiële, logistieke en dienstverlenende ondersteuning nodig, andere vragen naar een extern depot. Uitgaande van de huidige situatie op het gebied van erfgoedbeheer- en behoud, en rekening houdend met de noden van de erfgoedbezitters kan gesteld worden dat in de provincie Limburg behoefte is aan een goed uitgebouwde depotwerking. Er is een korte bijkomende studie gepland om de technische aspecten van zo’n netwerk concreet te bepalen.

FAROnet biedt u volledige inzage in het onderzoek rond een open depotwerking dat in opdracht van de provincie Limburg werd uitgevoerd. U kunt het volledige rapport downloaden of u beperken tot de samenvatting of inhoudstafel.

 

Terug naar dossier bovenlokale depotwerking