Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.
Van donderdag 19 tot en met vrijdag 20 november 2009 organiseert de Beroepsvereniging voor conservators-restaurateurs van kunstvoorwerpen (BRK-APROA) in samenwerking met het VIOE het tweedaagse colloquium 'Reflex of reflectie, actoren en besluitvorming in de conservatie-restauratie'.
Is restaureren voor de conservator-restaurateur een reflex, een automatisme geworden? Of gaat er een lang proces van reflectie aan vooraf? Is er een weg tussen het niets doen, het toegeven aan de tand des tijds, het kunstwerk een natuurlijke dood laten sterven enerzijds en een doorgedreven restauratie uitvoeren, die probeert terug te gaan naar hoe het wellicht ooit geweest is anderzijds? Zitten c-r niet meestal daar ergens tussen in, maar waar dan precies? En waarom?
Wie beslist of iets gerestaureerd moet worden en in welke mate? Moet je vooral goed kunnen zien dat het gerestaureerd is of juist niet? Wat is hierbij de impact van de opdrachtgever? Welke belangen spelen hier: economische (kan verregaande gerestaureerd worden of niet afhankelijk van beschikbare tijd en middelen; verhoging van de waarde van een gerestaureerd, ‘compleet’ kunstwerk voor de kunsthandel), esthetische (genietbaarheid verhogen), functionele (originele functie, nieuw of ander gebruik, herbestemming), rituele (devotiebeelden moeten compleet zijn; processiebeelden moeten door weer en wind; buitenhangende beelden moeten bestand zijn tegen klimatologische verwering), ethische en deontologische (afwegen of restauratie het beste is voor het kunstwerk in kwestie, of spelen andere belangen een rol), museologische (restauratie in ruil voor uitleenpolitiek, didactische functie van museumobjecten), contextuele (bepaald kunstwerk of onderdeel van binneninrichting in relatie tot andere componenten).
Belanden we soms niet in een straatje zonder eind: als we iets doen, moeten we soms alsmaar meer doen. Als er grondig gereinigd wordt, verdwijnen soms ruime overschilderingen, komt slijtage opnieuw tevoorschijn, komen er lacunes in de voorstelling, wordt oude schade zichtbaar, en wat dan? Alles opnieuw camoufleren of zichtbaar laten? Een schilderij kan verknipt zijn, vergroot, verkleind, aangepast voor een andere opstelling? Wat als de oude opstelling niet meer bestaat? Als de context verdwenen is (bijvoorbeeld schilderijen die in een lambrisering gevat waren, die nu niet meer bestaat)?
Hoe zwaar weegt de geschiedenis van het kunstwerk door? Hoe evalueren we vroegere ingrepen? Hoe gaan we ermee om?
Als bepaalde onderdelen van een ensemble gereconstrueerd of verregaand gerestaureerd worden, treedt er dan geen onevenwicht op met andere verouderde onderdelen (het ‘verouderde Gesamtkunstwerk’, zoals Anne van Grevenstein het noemt): oud meubilair, nieuwe gordijnen, gereconstrueerd textielbehang, gereinigde schilderijen, lacunaire muurschilderingen, origineel schrijnwerk?
Wat met de resultaten van grootschalige onderzoeken? Wat als de resultaten elkaar tegenspreken? Is eenheid van stijl een na te streven doel? Of juist niet? Wat met de context van een kunstwerk? Na restauratie kan de context storend werken (voorbeeld: Zoutleeuw, restauratie sacramentstoren: na het netjes restaureren ervan valt de vuile en gedecapeerde achterliggende muur pas echt op; in museumzalen is het verschil tussen gerestaureerde en ‘nog niet’ gerestaureerde werken soms zeer groot: de perceptie van de museumbezoeker is dan: die werken zijn al ‘klaar’ -dus gereinigd en gerestaureerd-, die ‘nog niet’).
Gelden er ándere criteria voor kunstwerken die op één of andere manier gebruikt worden: muziekinstrumenten, meubilair, devotiebeelden? Gelden er ándere criteria voor kunstwerken in musea, die uit hun natuurlijke ‘biotoop’ gerukt zijn? Moeten die dan ook anders gerestaureerd worden?
Het publiek is een bepaald uitzicht van een kunstwerk gewend. Restauraties kunnen wellicht vooral daarom heftige reacties opwekken: terecht of niet terecht? Verantwoordelijkheid van de c-r om zijn ingreep te duiden en te argumenteren.
Wie zijn de actoren die in voornoemde beslissingen een rol spelen? Hoe ver gaat de rol en verantwoordelijkheid van de c-r?
Programma
Praktisch
19 - 20 november 2009, Auditorium Hadewych in het Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel.
Inschrijven is verplicht. Voor BRK-APROA leden, VIOE medewerkers en
studenten conservatie-restauratie is de kostprijs 80 euro. Anderen
betalen 160 euro. In de prijs is inbegrepen: de toegang tot de twee
studiedagen, koffie, lunches, simultaanvertalingen, receptie en
postprints (worden nagestuurd).
De inschrijving is slechts geldig na overschrijving van het juiste
bedrag op rek.nr. 068-2083185-40 op naam van BRK-APROA, met vermelding
van: uw naam + colloquium.
Contact: Marjan Buyle, Koning Albert II-laan 19 bus 5, 1210 Brussel
marieanne.buyle@rwo.vlaanderen.be