Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.
Met de term erfgoed duiden we de sporen uit het verleden aan die ook vandaag nog betekenisdragend zijn voor groepen mensen en die we daarom koesteren en aan toekomstige generaties proberen door te geven. Het erfgoed dat bij een bepaalde groep mensen of binnen een bepaald gebied aanwezig is, kan op allerlei manieren worden ingedeeld. Een van die verdelingen is gebaseerd op het inzicht dat heel wat niet-tastbare (intangible) fenomenen ook als erfgoed kunnen worden beschouwd. Belangrijk in dit verhaal is dat de UNESCO in het begin van de 21e eeuw de woorden intangible cultural heritage en patrimoine culturel immatériel op de wereld heeft losgelaten als beleidsbegrippen. Daarom spreken ook wij tegenwoordig over immaterieel cultureel erfgoed (voorheen ook wel ‘volkscultuur’ genoemd).
Het gaat dan – luister naar de echo van UNESCO-definities – over praktijken, voorstellingen, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en in sommige gevallen zelfs individuen) (h)erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat ze worden overgedragen van generatie op generatie en belangrijk zijn voor collectieve identiteit.
Immaterieel cultureel erfgoed manifesteert zich binnen gemeenschappen in een niet bij voorbaat of sluitend af te bakenen reeks verschijningsvormen, gaande van orale tradities over performance, sociale gewoonten, rituelen, feestelijke gebeurtenissen en ambachtelijke vaardigheden tot bijzondere kennis over de leefwereld. Ook instrumenten, objecten (denk aan het Ros Beiaard in Dendermonde), artefacten en culturele ruimtes die er onlosmakelijk mee verbonden zijn, worden indien relevant mee tot het begrip 'immaterieel cultureel erfgoed' gerekend. Over de reikwijdte van dit begrip wordt dus nog volop en in internationale context gediscussieerd. Het is belangrijk om de hele open, op de eigentijdse maatschappij vol elektronica en communicatie, gerichte aanwending van het begrip volkscultuur niet te verliezen. Aan het begrip traditie wordt dus best meer dan alleen maar een traditionele invulling gegeven. Volksdans en babyborrel, streekgerechten en nieuwe vormen van food pairing, sagen, legenden en storytelling, urban legends en broodje-aapverhalen, traditionele ambachten en hedendaagse kantwerkmotieven: ze horen allemaal bij de familie van ’volkscultuur’.
In de intergenerationele overdracht die nodig is om immaterieel erfgoed in stand te houden, schuilt dan ook altijd een dynamiek van vernieuwing en adaptatie. Elke nieuwe groep die zich een vorm van (of als) immaterieel erfgoed toe-eigent, zet traditie opnieuw naar haar hand en houdt ze daardoor beleefbaar in de eigen en de eigentijdse context. Hoewel binnen een erfgoedgemeenschap dus vaak de illusie of wensdroom leeft dat er een oorspronkelijke, authentieke vorm van immaterieel cultureel erfgoed zou bestaan, die men dan doorgaans ook meent in stand te moeten of kunnen houden, gaat het steeds om een proces van re-creatie en heruitvinding. Die continue stroom van aanpassingen is het gevolg van allerlei interne evoluties en van externe invloedsfactoren, die voor elke erfgoedgemeenschap de omgang met het immateriële erfgoed telkens weer mee bepalen en tot het heruitvinden ervan aanzetten. In die zin is een term als ‘volkcultuur’ als aanduiding voor immaterieel erfgoed historisch getint en vanuit hedendaags perspectief sterk inperkend, omdat hij uitgaat van het concept ‘volk’ (als de tegenhanger van ‘staat’ of ‘natie’) als determinerend voor wat een (erfgoed)gemeenschap kan zijn. In een relativerende of homeopathische versie, met de nadruk op groepscultuur, is die aanduiding dan weer wel bruikbaar.
De jongste tijd is er wereldwijd een sterk toenemende aandacht voor immaterieel cultureel erfgoed in alle mogelijke vormen. Het besef is gegroeid en geprikkeld dat deze vormen van ons erfgoed erg belangrijk zijn voor culturele diversiteit in de wereld en tegelijk ook bijzonder kwestbaar zijn. De Conventie voor het koesteren van het immaterieel cultureel erfgoed, die in 2003 door UNESCO werd aangenomen, is dan ook in razendsnel tempo over heel de wereld tot een richtinggevend werkinstrument geworden inzake de erkenning, het koesteren en het instandhouden van immaterieel cultureel erfgoed. Ook de Vlaamse Gemeenschap en de Franstalige Gemeenschap hebben in 2006 deze Conventie onderschreven, waardoor die ook in België volop van kracht is. Zo is ’immaterieel cultureel erfgoed’ volop op de agenda gekomen: werk aan de winkel!
Meer info:
© Foto's: FARO, Bart Van der Moeren