Erfgoedbeleving

Beeld uit het Museum voor Douane en Accijnzen (c) Erfgoeddag, Philippe Debroe

Alhoewel sommigen het tegendeel zullen beweren, was de interesse voor het verleden en voor geschiedenis in al zijn verschijningsvormen nog nooit zo groot. Getuige hiervan het enorme aanbod aan al dan niet populariserende historische documentaires op televisie, de karrenvracht aan boeken over historische onderwerpen die in de reguliere boekhandel te vinden is of het grote succes van heel wat kunst- en cultuurhistorische tentoonstellingen.

Maar ook andere vormen van alledaagse historische cultuur scheren hoge toppen. Zeker deze waarbij het belevingsaspect centraal staat en waarbij het verleden als het ware tot leven komt, kennen heel wat bijval: aan historische optochten, processies, re-enactments of begeleide historische wandeltochten deelnemen, historische computergames spelen, brood in een traditionele oven bakken … Al deze initiatieven waarbij de verbeelding van de deelnemers vaak op een originele manier maximaal geprikkeld wordt, kennen heel wat succes.

Dat er bij nogal wat mensen een oprechte interesse voor het verleden bestaat, is ook beleidsmakers, de toeristische sector, de mediasector en heel wat andere economische actoren niet ontgaan. De voorbije decennia  werden dan ook steeds meer, al dan niet beleidsmatige, initiatieven genomen om bepaalde zaken uit het verleden in herinnering te brengen, te herwaarderen en te vrijwaren voor de toekomst. Begrippen zoals 'immateriële cultuur', 'cultureel erfgoed' of 'werelderfgoed' kwamen prominenter op de agenda te staan. Ook werden steeds vaker (vruchtbare) samenwerkingsverbanden opgezet tussen verschillende van bovenvermelde spelers om het verleden zo goed mogelijk te vermarkten, wat op zijn beurt weer resulteert in een toenemende belangstelling. Nadeel hierbij is dat het erfgoed nogal eens wordt ingezet als een middel tot het realiseren van andere doelstellingen of agenda’s, wat een meer genuanceerde, afstandelijke en kritische omgang met het erfgoed of het verleden vaak in de weg staat.

Ridderspel (c) Erfgoeddag, Philippe DebroeDe 'vererfgoedisering' van Vlaanderen – in positieve en negatieve zin – gaat onverminderd voort. De vrijetijds- en erfgoedindustrie draait op volle toeren. Hierdoor blijft het aantal mogelijkheden en gelegenheden stijgen voor de burger om op een of andere manier met het verleden in contact te komen en zijn of haar kennis hieromtrent bij te schaven. Een opvallende vaststelling hierbij is dat het verleden ons steeds meer schijnt in te halen. Daar waar erfgoed vroeger zaken behelsde die op zijn minst een aantal decennia oud waren of achter ons lagen, worden nu al activiteiten of tentoonstellingen georganiseerd over het voorbije decennium. Op die manier kan zowel jong als oud zijn of haar gading vinden in het aanbod aan erfgoedactiviteiten.

Vanwaar nu die toegenomen interesse voor het verleden en het hiermee gepaard gaande succes van allerlei erfgoedactiviteiten? Zonder volledigheid te beogen, sommen we kort enkele mogelijke redenen op die elkaar wederzijds ook versterken:

  • De toegenomen belangstelling voor het verleden hangt onmiskenbaar samen met de media- en communicatie-explosie van de afgelopen decennia. In tegenstelling tot vroeger is niet alleen de wijze waarop informatie uit en over het verleden ons bereikt drastisch veranderd, maar ook de omvang waarmee dit gebeurt is ongezien. Deze omwenteling hangt zowel samen met technologische ontwikkelingen (vb: digitale revolutie en nieuwe communicatievormen) als met ontwikkelingen in het traditionele mediabestel (vb: commercialisering en differentiatie). Ze zorgt ervoor dat om het even wie op een relatief eenvoudige manier toegang heeft tot die informatie over het verleden die hem of haar het meest interesseert. De nieuwe technologieën maken het ook makkelijker dan ooit om het persoonlijke verleden vorm te geven, bij te houden en te ontsluiten …
  • De democratisering van het onderwijs en de hiermee gepaard gaande stijging van het gemiddelde onderwijsniveau hebben ertoe geleid dat meer mensen dan ooit toegang hebben tot historische informatie en in staat zijn deze te duiden. Het gestegen opleidingsniveau in combinatie met een meer gediversifieerd en gespecialiseerd onderwijsaanbod hebben er eveneens toe geleid dat er op steeds meer niveaus experts aanwezig zijn om de beschikbare historische informatie te ontsluiten en er mensen naartoe te leiden. Vaak gebeurt dit op een heel creatieve en innoverende wijze. De hele erfgoedsector raakt, net zoals andere sectoren die zich met de bemiddeling van het verleden bezighouden, steeds meer geprofessionaliseerd. Dit komt de belangstelling voor het verleden enkel maar ten goede.
  • Diegenen die wellicht als eersten genoten hebben van de democratisering van het onderwijs, de zogenaamde naoorlogse babyboomgeneratie, gaan sedert enige tijd en de komende jaren massaal op pensioen. Na een leven hard werken hebben ze meer tijd dan ooit tevoren. Bovendien zijn ze fysiek fitter dan de generaties voor hen en beschikken ze vaak over voldoende financiële reserves. Dit uit zich onder meer in een hogere levensverwachting, een relatief hoge levenskwaliteit op latere leeftijd en het feit dat de medioren en senioren van vandaag actiever zijn dan ooit. Ook het erfgoedveld plukt hiervan de vruchten. Uit onderzoek blijkt immers steeds weer dat de 55- tot 65/70-jarigen niet enkel de grootste erfgoedinteresse hebben, maar ook het meest participeren.
  • De voorbije eeuw kreeg de geschiedenis van onderuit en het leven van de gewone man een steeds prominentere plaats binnen de geschiedeniswetenschap. Dit vertaalde zich ook in de disseminatie naar het grote publiek. Hierdoor kregen meer personen interesse voor het verleden omdat dit soort geschiedenis doorgaans dichter bij hun leefwereld ligt. Ook de toegenomen aandacht voor immateriële cultuur heeft er ongetwijfeld toe geleid dat de belangstelling voor het verleden een hoge vlucht genomen heeft.
  • In tijden van toenemende detraditionalisering en globalisering, waarin heel wat structurerende leefkaders komen te vervallen en tijd- en ruimte-ervaringen fundamenteel anders zijn dan pakweg dertig jaar geleden hebben heel wat mensen nood aan een symbolisch houvast. Ze willen wéten wie ze zijn, waar ze vandaan komen en wat hun plaats is in de wereld vandaag. Het verleden, al dan niet geromantiseerd of geïdealiseerd, biedt aan nogal wat mensen een dergelijk houvast en lijkt vertrouwd en herkenbaar. Kennis over en inzicht in het verleden draagt dan ook bij tot de vorming van hun persoonlijke en meer collectieve identiteit(en). 
  • Belangstelling voor het verleden kan ook samenhangen met een toegenomen besef dat heel wat waardevolle of als waardevol beschouwde zaken uit het verleden verloren zijn gegaan of verloren dreigen te gaan. Naast het pure verwerven van kennis over het verleden hangt historische belangstelling voor heel wat mensen dan ook samen met nostalgische gevoelens. Het kan hierbij zowel gaan om persoonlijke nostalgie, een weemoedig verlangen naar het eigen verleden, als om historische nostalgie, een verlangen naar een onbestemd verleden toen alles schijnbaar beter was.


Het is deze comKlas in Bokrijk (c) Erfgoeddag, Philippe Debroebinatie van honger naar historische kennis, de nood aan identiteitsopbouw en -bevestiging, een nostalgisch verlangen naar vroegere tijden en de wens om zo direct mogelijk met het verleden in aanraking te komen (de historische ervaring), die het succes van de brede erfgoedsector en de omgang met alledaagse historische cultuur grotendeels verklaart. Het belevingsaspect – een concept dat het afgelopen decennium steeds meer centraal kwam te staan in het ganse maatschappelijke en economische leven - speelt hierbij een cruciale rol. Van het meest serieuze tot het meest commerciële initiatief binnen de erfgoedsector, allemaal dienen ze een evenwicht te zoeken tussen het inhoudelijke enerzijds en het belevingsaspect anderzijds. De mate waarop het verleden weer tot leven kan worden gewekt via verhalen, audiovisueel materiaal, computer- en/of animatietechnieken of herinterpretaties door levende mensen verschilt echter van thema tot thema en context tot context. Daarbij moet men zich steeds hoeden voor de val van de nostalgie. Nostalgie draait immers voor een groot deel rond het romantiseren van het verleden en het is vaak dit verleden dat de toeschouwer of participant weer tot leven wil zien komen en herbeleven. Een kritische omgang met en correcte bemiddeling van het verleden houdt in dat deze verwachtingen op zijn minst gefrustreerd worden door ook de schaduwzijden van het verleden aan bod te laten komen of door het bredere verhaal te vertellen.

Voorlopig zit het dus wel snor met de belangstelling voor en participatie aan erfgoed. Of dit in de toekomst zo zal blijven valt evenwel af te wachten. Het is immers helemaal niet zeker dat de jongere generaties van nu straks eenzelfde mate van belangstelling voor het verleden zullen ontwikkelen als de oudere generaties van vandaag. En als ze dit al zouden doen, dan zullen ze wellicht niet zo veel mogelijkheden hebben om te participeren op welke wijze dan ook. Alles wijst er namelijk op dat mensen in de toekomst langer en meer flexibel zullen moeten werken en dus ook over minder vrije tijd zullen beschikken. Het verminderde vrijetijdsbudget zal daarenboven opgaan aan een steeds breder wordend vrijetijdsaanbod. Erfgoed zal dan nog meer dan vandaag verworden tot een van de mogelijke vrijetijdsbestedingen.

Meer info over de belangstelling voor erfgoed in Vlaanderen vindt u op de webpagina's over PRISMA.

© Foto's: Erfgoeddag, Philippe Debroe