Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.
Migratiebewegingen in het verleden, waarbij migranten of passanten via handelscontacten sporen in de samenleving nalieten, of emigratiebewegingen, waarbij Belgen op zoek gingen naar betere werkomstandigheden in andere oorden, zijn niet zo heel anders dan de meer hedendaagse migratiestromen sinds de Tweede Wereldoorlog. Migratie is een universeel thema en daardoor verbindt het ook alle bewoners van deze wereld. Zonder migratie zouden de eerste mensen vanuit Afrika niet naar andere oorden zijn getrokken, zou de architectuur van onze gebouwen geen stille getuige zijn van veelvuldige interculturele contacten, zou onze eetcultuur niet zo divers zijn … maar bovenal zouden we niet zoveel delen met andere mensen zoals we nu doen.
Migratie brengt met andere woorden heel wat teweeg: op het niveau van een samenleving en op het niveau van de migrerende mens zelf en zijn zoeken naar een omgang met een nieuwe omgeving en met rituelen die herinneren aan een achtergrond. Zo zien we bijvoorbeeld dat in de periode van de arbeidsmigratie na WOII etnisch-culturele gemeenschappen, al dan niet met steun van de herkomstlanden, zelforganisaties uit de grond stampten. Nu nog zijn er honderden verenigingen getuige van de drang tot beleven van rituelen, feesten, maar evengoed van een drang tot de eigen moedertaal te kunnen onderwijzen, huistaakbegeleiding te bieden enzovoort.
Voor de erfgoedsector liggen hier interessante kansen. Hij kan een daadwerkelijke hulp bieden aan de geschiedschrijving over migratie en interculturaliteit door bronnen van migratie, zij het door interviews of objecten, op te sporen, te documenteren en toegankelijk te maken. Of nog door onderzoeken uit te voeren of te faciliteren over hoe tradities en rituelen door migratie zijn geëvolueerd.
Bovendien worden zelforganisaties, maar ook andere organisaties uit bijvoorbeeld de welzijnssector die zich bekommeren om buurtbewoners, waaronder vaak mensen met een migratieachtergrond, zich meer bewust van de zorg om hun erfgoed, vaak onder impuls van een erfgoedorganisatie die met hen een project wil aangaan. Vooral in de klassieke migratieregio’s, steden als Antwerpen, Gent en Brussel, maar ook in de mijnstreek valt dit op. Daar wordt duidelijk ingezien dat het vijf voor twaalf is voor alle getuigen van de eerste generatie wegvallen. Projecten mondelinge geschiedenis zijn daarvan het gevolg. Tegelijk is er ook de vraag naar de manieren waarop organisaties met migratie moeten omgaan zonder het als een stigma te behandelen. Vooral bij jongeren wiens grootouders naar België migreerden, is de situatie een stuk complexer. We kunnen ze niet louter als ‘migranten’ beschouwen. Een benadering vanuit verschillende invalshoeken dringt zich op.
Erfgoedorganisaties en het allochtone middenveld vonden de laatste jaren stilaan meer de weg naar mekaar, al gaat het vaak nog om aftastende vormen van samenwerking. Dat het allochtone middenveld erg aantrekkelijk is voor de erfgoedsector voor samenwerking bij allerhande projecten, en dat dit middenveld uiteraard ook aan erfgoedbeleving en -beheer doet, merken we aan de optekening van feesten van diverse gemeenschappen, initiatieven omtrent archiefzorg van zelforganisaties ...
Maar niet enkel de allochtone zelforganisaties zijn een populaire partij. Ook organisaties uit belendende sectoren, zoals het buurtopbouwwerk, de integratiesector … worden steeds meer aangesproken om samen erfgoedacties op te nemen. Dat daarbij de neuzen in dezelfde richting moeten wijzen, dat naar een win-winsituatie moet worden gestreefd, spreekt voor zich. Meteen is dit ook een trend die zich voortzet: het intersectoraal samenwerken op lokaal niveau waarbij erfgoed zowel als middel als als doel kan worden ingezet.
De laatste jaren zien erfgoedorganisaties dan ook veel kansen in het werken met buurten om een lokaal draagvlak en lokale betrokkenheid bij erfgoedacties tot stand te brengen. De invalshoek is dan niet zozeer specifiek interculturaliteit, men vertrekt wel vanuit de specifieke gegevenheid van een buurt. In andere gevallen kan etnisch-culturele diversiteit dan weer het uitgangspunt en doel zijn wanneer dit relevant is.
Dat interculturaliteit sinds 2006 niet enkel een uitdaging was voor organisaties die migratie in hun onmiddellijke omgeving inademen, maar ook van organisaties in minder klassieke migratieregio’s, mag een effect zijn van het Actieplan Interculturaliseren uit 2006. Dit Actieplan van voormalig Vlaams minister van Cultuur Anciaux voor de sectoren cultuur, jeugd en sport wou een impuls geven om interculturaliteit voortaan als een thema te behandelen, zowel op het vlak van management (divers maken van personeel en bestuur), als op het vlak van aanbod en participatie door kansengroepen. In dit Actieplan werden diverse maatregelen voorgesteld die ervoor moesten zorgen dat enerzijds organisaties uit deze sector zich zouden interculturaliseren, anderzijds dat drempels voor cultuurparticipatie voor kansengroepen werden beslecht. Een effect van dit Actieplan was op zijn minst al dat het onderwerp over de tongen ging en dat het voor diverse organisaties een aanleiding was om de eerste stappen te zetten.
Anno 2010 ziet de erfgoedsector er dan ook enigszins anders uit dan in 2006, al is er nog veel werk aan de winkel.
Meer info: website interculturaliseren
© Foto's: In-fusion