Cultureel erfgoed

Onder cultureel erfgoed wordt verstaan: wat door vorige generaties gemaakt en wat nu nog bestaat en tegenwoordig een grote waarde heeft voor de gemeenschap.

De vraag duikt echter keer op keer op: wat is dat dan eigenlijk en precies?
 
Om te beginnen kan ‘erf-goed’ heel letterlijk genomen worden: het gaat over datgene wat we van vorige generaties hebben geërfd en waarvoor we nu zorg dragen, met de bedoeling om het straks op onze beurt ook weer te kunnen doorgeven. Die ‘erfgoedtransfer’ van generatie op generatie bestaat, omdat mensen belang hechten aan al die materiële en immateriële getuigenissen over en uit het verleden. Ze zeggen namelijk ook iets over de huidige maatschappij, over wie we zijn, waarom we zijn zoals we zijn, waar die manier van zijn vandaan komt en waarop dat allemaal gebaseerd is. Tegelijk verschilt elke nieuwe generatie natuurlijk ook van alle voorgaande: ze legt haar eigen accenten en heeft haar eigen waardepatronen. Daardoor ondergaat ook erfgoed bij het doorgeven een voortdurend veranderingsproces. Het wordt telkens opnieuw ‘toegeëigend’, dat wil zeggen: we maken het verleden tot ons verleden door de eruit overgeërfde getuigenissen te voorzien van waarden en betekenissen die aangepast zijn aan onze eigen omstandigheden. Vandaar dat de omschrijving in het Cultureel-erfgoeddecreet (Vlaanderen) luidt: “Cultureel erfgoed is roerend en immaterieel erfgoed, dat als betekenisdragers uit het verleden gemeenschappelijke betekenissen verkrijgt binnen een cultureel referentiekader.”
 
Dat verklaart meteen waarom iets – zoals een potscherf uit de prehistorie of een rantsoeneringsbon uit de Tweede Wereldoorlog –  eerst volkomen waardeloos kan worden en vervolgens toch een belangrijke erfgoedwaarde of een betekenis kan krijgen. Tegelijk zal daarmee duidelijk zijn dat al het erfgoed, en niet enkel het economische waardevolle– zoals een zilveren drinkbeker of een schilderij van Rubens –  goed bewaard, en voor het publiek toegankelijk gemaakt en gehouden moet worden. Zonder een hedendaagse gemeenschap die er nog (of opnieuw) belang aan hecht, kan er immers van erfgoed geen sprake zijn. Daarom plaatst het Cultureel-erfgoeddecreet het begrip ‘cultureel-erfgoedgemeenschap’ centraal: “een gemeenschap die bestaat uit organisaties en personen die een bijzondere waarde hechten aan het cultureel erfgoed of specifieke aspecten ervan, en die het cultureel erfgoed of aspecten ervan door publieke actie wil behouden en doorgeven aan toekomstige generaties.” Dit concept werd ontleend aan de Kaderconventie van de Raad van Europa over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving  van 2005. Deze kaderconventie is een inspiratiebron voor een innoverend en internationaal up-to-date cultureel-erfgoedbeleid.
 
Uiteraard hoeft die ‘erfgoedgemeenschap’ niet de samenleving in haar geheel te zijn: zowat elke vorm van erfgoed heeft zowel zijn fervente aanhangers, die er hun eigen identiteit deels mee creëren en alles op alles zetten om het te behouden, als zijn tegenstanders, die het een overbodig en zinloos restant van vroeger tijden vinden. Het gaat evenwel bij onze omgang met erfgoed zeker niet alleen over de vragen: bewaren of niet bewaren en hoe best bewaren. Vele andere vragen over de redenen waarom we bewaren en hoe we doorgeven moeten eveneens telkens weer gesteld en beantwoord worden.
 
Vast staat dus wel dat erfgoed mensen raakt. Vandaar die grote belangstelling voor een evenement als Erfgoeddag (link binnen Wikipedia), dat elk jaar zo’n kwart miljoen bezoekers mobiliseert. Dat publiek is bovendien maar het topje van de ijsberg. De cultureel-erfgoedsector verenigt duizenden organisaties, verenigingen en individuen die zich samen, zorgzaam en zorgvuldig, jaar na jaar inzetten om het erfgoed te bewaren, te ontsluiten, te bestuderen en de betekenissen ervan te duiden. FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed (link op Wikipedia) heeft alle door haar bekende erfgoedorganisaties en -instellingen verenigd op de Erfgoedkaart. Afhankelijk van de vraag of het al dan niet in tastbare, materiële vorm bestaat, maken we onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed. Tot het immaterieel erfgoed behoren dan verhalen, liederen, tradities, sociale gebruiken, vaardigheden, enz. die enkel bestaan en doorgegeven kunnen worden doordat mensen ze in de praktijk blijven brengen. Een mooi overzicht staat op het platform immaterieel erfgoed.
 
Daarnaast is er binnen het materiële erfgoed het onderscheid tussen roerend en onroerend erfgoed. Die laatste categorie bevat monumenten, archeologische sites en landschappen die wel tastbaar zijn maar niet verplaatst kunnen worden (grondgebonden). Het erfgoed (kunstobjecten, documenten, voorwerpen, enz.) dat dan onder andere in musea, archieven en bibliotheken bewaard wordt, is roerend van aard.  Het roerende en het immateriële erfgoed samen noemen we in Vlaanderen het cultureel erfgoed, omdat de beleidsbevoegdheid ervoor bij de gemeenschapsminister voor cultuur ligt.
 
De organisaties die in Vlaanderen het cultureel erfgoed beheren en ontwikkelen zijn divers: musea, culturele archiefinstellingen, erfgoedbibliotheken, organisaties voor volkscultuur, expertisecentra, de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, de Archiefbank, de samenwerkingsverbanden voor de internationale profilering van kunstcollecties, het steunpunt, de erfgoedcellen en de lokale, provinciale en landelijke overheden. Zij spelen allen een belangrijke rol in het duurzaam beheer en de (culturele, economische, en maatschappelijke) valorisatie van het roerend en immaterieel cultureel erfgoed. Ze zijn de behoeders van het geheugen van onze samenleving, maar ook zoveel meer dan dat. Ze dragen bij aan de identiteits- en gemeenschapsvorming en versterken de sociale cohesie in en tussen allerlei groepen of gemeenschappen in onze samenleving. De collecties en de daarmee samenhangende (digitale) kennisbronnen bieden kansen voor de ontwikkeling en versterking van creativiteit en innovatie, duurzaam toerisme, de internationale profilering van Vlaanderen, onderzoek en onderwijs… en, last but not least, gewoon voor persoonlijke zelfontplooiing. Daarom is cultureel erfgoed van onmisbaar  maatschappelijk of ‘publiek’ belang en kan enkel de overheid deze publieke rol en functie voor cultureel erfgoed in de toekomst garanderen door blijvend te investeren in deze sector. Alle burgers hebben immers het recht op gelijke kansen voor de toegang tot of de actieve participatie aan cultureel erfgoed.