1958 blijft voor velen een jaartal met heel bijzondere betekenis. In dat jaar streek de hele wereld in Brussel neer voor de eerste naoorlogse wereldtentoonstelling. Zo’n 42 miljoen bezoekers –  waaronder 8 op tien Belgen – vergaapten zich aan talloze nieuwe technische snufje en gedurfde spektakelarchitectuur, proefden er hun allereerste Coca Cola of ice cream en keerden terug naar huis met het gevoel dat het leven nooit meer ging zijn zoals voorheen. Ook op het architectuurvlak was er een impact van dat vooruitgangsdenken. Vandaag: de casus Renaat Braem.

We geven het ronduit toe. Elk jaar opnieuw is het wat zoeken naar een krachtig beeld dat zowel inhoudelijk verrassend en sterk is, alsook sprekend-communicatief is en waarop we de publiekscampagne kunnen schragen. In een tijd van visuele overvloed zijn ‘eenvoud’, ‘rust’ en het vermogen om de vele, verschillende doelpublieken aan te spreken belangrijke voorwaarden om een campagnebeeld mee op te bouwen.

Uit onder meer de geschiedenis van de Limburgse steenkoolmijnen blijkt duidelijk dat deze zich, net als talloze andere industriële bedrijven, in de eerste helft van de 20e eeuw inspireren door het paternalisme. Dat begrip wordt door de Van Dale omschreven als 'bevoogding' of 'vaderlijk optreden'. Met paternalisme wordt bedoeld dat de werkgever een bevoogdende houding inneemt ten opzichte van zijn werknemers, de werkgever bepaalt wat zijn werknemers nodig hebben en wat 'goed' voor hen is. Maar aan die onbaatzuchtige houding hing wel degelijk een prijskaartje...

Sprookjes zijn een zeer oud literair genre. Hoewel ze oorspronkelijk bedoeld waren als vertellingen voor volwassenen -die op deze manier via de orale traditie verhalen die meestal niet werden opgeschreven meekregen - zijn ze tegenwoordig vooral bestemd voor kinderen. Spelenderwijs wordt hen zo iets over het leven bij gebracht, en met tussen de lijnen door, een zekere moraal. Zeker als het gaat over arm en rijk...Moraliserend zijn zeker die sprookjes die rijkdom (en vooral de tegenstelling tussen armoede en rijkdom) aansnijden.

De op 31 augustus 2008 overleden J.M.H. Berckmans staat geboekstaafd als ‘de chroniqueur van de zelfkant van de maatschappij’. In zo goed als alle in memoriams die na zijn dood verschenen, krijg hij het etiket ‘cultschrijver’ opgekleefd. Kranten en tijdschriften deden uitgebreid kond over Berckmans' troosteloze en miserabele bestaan. Theatergezelschap De Tijd brengt nu hulde aan deze onvergetelijke Antwerpse schrijver met de productie ‘Berckmans’.

We kunnen het niet genoeg herhalen. Een van de grote uitdagingen voor deze editie van Erfgoeddag is om ook mensen die vandaag in armoede leven een stem te geven. Makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe begin je eraan? Stof tot nadenken vind je in de verslagen van de 'ontmoetingsdag over cultuurparticipatie van mensen die in armoede leven' en in het nagelnieuwe boek 'Wij blijven niet in de kou staan'.

Armoe troef... Vragen die voor elke kandidaat-deelnemer gelden: hoe kan je dit thema interpreteren en - vooral - hoe pak je de organisatie van een interessante publieksactiviteit aan? Er is eerst en vooral de nieuwe inspiratiegids voor deelnemers. Vers van de pers, en hier op te halen. Daarnaast vind je op deze pagina ook de presentaties van de infosessies en de ideeënsprokkelaar. Laat je volop inspireren...

Inspiratiegids

'Kaputt! is het eindresultaat van een uniek traject. De ziel van Kaputt! schuilt in een ogenschijnlijk gewone, maar erg betekenisvolle activiteit. (Ex-)thuislozen en 'zielsverwanten' tafelden gedurende één jaar wekelijks samen in het Gemeenschapscentrum ‘De Markten’, in hartje Brussel. Zo bouwden ze aan een multidisciplinaire theatervoorstelling. ‘Kaputt!’ is ook de titel van een boek van de bijzondere schrijver Curzio Malaparte, een van de inspiratiebronnen voor deze voorstelling. Op 14, 15 en 16 oktober te zien in de Begijnhofkerk van Brussel.

"We woonden in Evergem na de oorlog; toen al zeven kleine kinderen en heel arm, zoals veel gezinnen toen waren. […] Ons moeder, altijd zij alleen, bracht ons naar zee: mij, mijn jonger zusje en mijn twee jaar ouder broertje. Het instituut werd gerund door een gezette mevrouw, de directrice; haar naam herinner ik me niet meer. Na ontvangst moesten we vooraf onderbroekjes aantrekken die ons moeder nieuw had moeten aankopen; dit stond waarschijnlijk in de algemene voorwaarden.

Tussen 1873 en 1934 trokken zo’n twee miljoen migranten vanuit Antwerpen naar Amerika. Ze deden dat met de bekende rederij Red Star Line, die kantoor hield in de Kammenstraat. Op de Rijnkaai op het Eilandje, de oude havenbuurt van de stad aan de stroom, staan nog steeds de gebouwen waar de migranten medisch gekeurd werden, ze moesten douchen en hun bagage ontsmet werd. In deze gebouwen die nog altijd bestaan wordt het toekomstige Red Star Line museum ingericht. Het verhaal van deze ‘landverhuizers’ is een verhaal van mensen, met talloze associaties van ellende en armoede.