“Het leek me weerzinwekkend, onmogelijk. Enkel het feit dat de honger nog groter was dan de angst duwde me de diepte van de aarde in, in die afgrond waar het leven aan een zijden draadje hangt, waar geen straaltje zonlicht binnensijpelt, waar de blik nergens op kan rusten. Ik voelde me van iedereen verlaten.” Dit is een fragment uit het dagboek van Léon Gronowski, die vlak na de Eerste Wereldoorlog uit Polen naar België migreerde. Net als veel andere migranten uit het oosten, was hij straatarm.