Musea 2020
faro, 4(2011)3, p. 44-52.
Op 10 oktober 2004 opende het 21st Century Museum of Contemporary Art in het Japanse Kanazawa de deuren. Het museum wil een open, transparante en democratische instelling zijn waar de inwoners van Kanazawa zich mee kunnen identificeren. Het architectenbureau SANAA gaf het museum een volledig rond gebouw met veel glaswerk binnenin om een ‘park-gevoel’ te creëren. De museumzalen, zowel rond als rechthoekig, zijn op een (schijnbaar) ongestructureerde manier ingeplant. Het gevolg is dat het museum geen wandelroutes aan bezoekers kan ‘opleggen’. De bezoeker krijgt een zekere autonomie: hij zoekt zelf zijn weg en bouwt een relatie met de kunstwerken op. Zoals in het geval van het museum van Kanazawa kan er een mooie symbiose tussen architectuur en een democratisch museumconcept ontstaan. De laatste drie decennia hebben we evenwel een museumboom gezien waarbij het er vaak op lijkt dat het gebouw belangrijker is dan de inhoud. Musea krijgen dan vooral betekenis als deel van een globaliserende cultuurindustrie en vrijetijdsmarkt. Dit is een museumopvatting die vanuit een economisch citymarketingperspectief gerechtvaardigd is, maar ze is selectief. De museumindustrie heeft immers slechts interesse voor superstar museums en de vele middelgrote tot kleine musea bevinden zich onder de radar. Zij kunnen hun organisaties professionaliseren, cultureel ondernemer worden en overheidssubsidies trachten aan te vullen met alternatieve financieringsbronnen zoals in economisch precaire tijden van hen wordt gevraagd, maar er zijn grenzen (waarachter ze geen museum volgens de ICOM-definitie meer zijn). Bovendien is er het reële gevaar dat er in de zoektocht naar zakelijke one-fit-all oplossingen wordt vergeten waar het allemaal over ging. En dat is: in welke richting dienen museum- en beleidsopvattingen te evolueren om ervoor te zorgen dat het ‘publieke museum’ inhoudelijk en maatschappelijk relevant blijft?
Lees het volledige artikel (pdf, 2,6 MB)