De operationele richtlijnen van 2010 voor een UNESCO-conventie uit 2003
faro, 3(2010)4, p. 36 - 47.
Een conventietekst maken is vers één. Daarna komt het erop aan zo’n beleidsinstrument in de praktijk (van erfgoedpolitiek, -management en -projecten) te doen werken. In Vlaanderen zou men mutatis mutandis kunnen zeggen dat een decreet of een immaterieel cultureel-erfgoedbeleidsvisietekst maken vers één is. Dan zijn er uitvoeringsbesluiten (en daarna concrete beslissingen, acties en contracten) nodig: vers twee. In het UNESCO-universum is vers twee het maken van “operationele richtlijnen” voor “de implementatie van de conventie voor het koesteren van immaterieel erfgoed.” Dat maken gebeurde door het zoeken en construeren van consensus tijdens vergaderingen van het Intergouvernementeel Comité van 24 landen tussen 2006 en 2008. Een set van operationele richtlijnen werd vervolgens bekrachtigd tijdens de Tweede Sessie (16–19 juni 2008) van de Algemene Vergadering van Lidstaten, die de UNESCO-conventie geratificeerd of aanvaard hebben. Ze werden grondig herschikt en geamendeerd (in 2009 en 2010 door het Intergouvernementeel Comité en werkgroepen) en vervolgens opnieuw vastgesteld tijdens de Derde Sessie (22–24 juni 2010) van de Vergadering van Lidstaten. De vrucht van al dat werk, de operationele richtlijnen van 2010, met een houdbaarheidsdatum tot minstens de zomer van 2012, bevat 169 artikels en moet samen met de conventietekst van 2003 zelf gelezen worden.
Lees het volledige artikel (pdf, 3,54 MB)