Door de mogelijke risico’s in kaart te brengen krijgt men een beter perspectief om te beslissen welke risico’s verzekerd worden en welke zelf gedragen worden.
Naast de wettelijk verplichte verzekeringen zoals:
- de bijzondere aansprakelijkheidsverzekering bij brand en ontploffing in voor het publiek toegankelijke gelegenheden (wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen)
- de verzekering tegen arbeidsongevallen (wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, voor de overheidssector de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector)
- de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid van interne bewakingsdiensten (Koninklijk besluit van 20 december 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 1991 houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bewakingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten), kunnen er een of meerdere bijkomende verzekeringen worden afgesloten. Tot de meer courante behoren de brandverzekering gebouw en de brandverzekering inboedel, en de contractuele aansprakelijkheid (bijvoorbeeld in geval van bruiklenen en transport).
Meer informatie vindt u in de publicatie Musea, risicobeheer en verzekeringen.
Terug naar dossier veiligheidszorg