Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

U bent hier:  › Beveiliging

Beveiliging

Zoals hierboven beschreven gaat beveiliging om de maatregelen die preventief genomen worden om het gebouw, de collecties, de bestanden en de bedrijfsmiddelen te behoeden voor schade of verdwijning (door brand, blikseminslag, wateroverlast, vandalisme, diefstal of aantasting door luchtvervuiling, transport, temperatuur, wisselende klimaatsomstandigheden, lichtschade, stof, schimmel, insecten). Beveiliging is op te delen in vijf groepen:

  • Organisatorische beveiliging
  • Personele beveiliging of bewaking
  • Mechanische beveiliging
  • Elektronische beveiliging
  • Psychologische beveiliging

Organisatorische maatregelen
Hiertoe behoren o.a. een strikt sleutelbeheer, procedures voor archivering en back-ups, afspraken over nazicht en controlerondes, over het sluiten van deuren en vensters, over het gebruik van paswoorden, richtlijnen over regelmaat en methode van onderhoud, te ondernemen actie bij te hoge bezoekersdruk of ordeverstoring enz. Het betreft verder het afsluiten van onderhoudscontracten voor brand- en inbraakdetectiesystemen, brandblusapparaten, afspraken met politiediensten, richtlijnen over licht- en klimaatbeheersing, permanentielijsten, opleiding van suppoosten en mogelijke andere aangelegenheden.

Personele beveiliging of bewaking
In de meeste erfgoedbeherende instellingen vormt bewaking het zwaartepunt en soms de enige vorm van beveiliging tijdens de openingsuren. Het organiseren van bewaking houdt enkele, door de wet voorgeschreven, rechten en plichten in. We moeten hier in het bijzonder wijzen op de Wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten (zogenaamde ‘wet Tobback’ of ‘bewakingswet’).

In de cultuursector heerste lange tijd onduidelijkheid over het toepassingsgebied van deze wet. De wet is oorspronkelijk bedoeld om een aantal wanpraktijken in de sector van dancings en geldtransporten te reguleren en legt daarom een aantal verplichtingen op aan rechtspersonen die bewakingsactiviteiten uitoefenen. Is de wet dan ook van toepassing op de culturele sector?

Wanneer ben je als erfgoedorganisatie onderworpen aan de bewakingswet?
Je bent als rechtspersoon of natuurlijke persoon onderworpen aan de bewakingswet wanneer je regulier één of meerdere van de zeven bewakingsactiviteiten uitoefent: bewaking van goederen, bescherming van personen, waardevervoer, beheer alarmcentrales, persoonscontrole, vaststelling van de toestand van goederen of verkeersbegeleiding. Een definitie van deze begrippen vindt u op de website van Vigilis. Het toezicht op (en de bescherming van) roerend en onroerend erfgoed en het toezicht op (en de controle van) personen worden dus als bewakingsactiviteiten beschouwd. Als de organisatie personeelsleden te werk stelt die specifiek deze bewakingstaken uitoefenen wordt ze aanzien als de organisator van een interne bewakingsdienst en dient dan aan bepaalde verplichtingen te voldoen.

Dit sluit uit dat functies als ticketcontrole en onthaal onder de bewakingswet vallen. Dit sluit eveneens uit dat verenigingen die sporadisch bewakingsactiviteiten uitoefenen, bijvoorbeeld in het kader van bepaalde evenementen als Erfgoeddag of Week van de Smaak, aan de wettelijke verplichten moeten voldoen. Hiervoor geldt een bijzondere regeling: het vrijwilligersregime. Aan deze regeling zijn uiteraard een aantal voorwaarden verbonden.

Het mag duidelijk zijn dat bepaalde functies of activiteiten zich eerder in een 'grijze zone' bevinden. Indien u twijfelt, is het dan ook raadzaam om contact op te nemen met de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en hen de vraag te stellen of de activitieten die u ontplooit tot bewaking gerekend kunnen worden.

In bijlage vindt u een artikel van Hilde Schoefs over de bewakingswet in relatie tot erfgoedverenigingen.

Hoe kan je je als erfgoedorganisatie in regel stellen met de bewakingswet?
Elke erfgoedorganisatie heeft een aantal keuzemogelijkheden:

  • ofwel beslist u, op basis van een risicoanalyse waarbij alle mogelijke veiligheidsmaatregelen overwogen werden, om GEEN bewakingsactiviteiten uit te oefenen. Dit houdt in dat onthaalmedewerkers nog wel ticketcontroles mogen uitvoeren en bezoekers mogen onthalen en wegwijs maken, maar dat zij GEEN toezicht op en controle van personen en erfgoed mogen uitoefenen. Het is dus erg belangrijk om als erfgoedinstelling, op basis van een risicoanalyse waarbij ook de organisatorische, mechanische, elektronische en psychologische beveiliging in beschouwing genomen wordt, een aantal afwegingen te maken: Is het zinvol en effectief om in deze organisatie personele bewaking te organiseren? Is het haalbaar om in deze organisatie te voldoen aan alle plichten die het organiseren van bewaking met zich mee brengt (denk aan: competenties van de huidige suppoosten, financiële middelen, tijd,…)? Zijn er alternatieven die personele bewaking mogelijk overbodig maken (mechanische, elektronische of psychologische beveiliging)?
  • ofwel besteedt u de bewakingsactiviteiten uit aan een externe bewakingsfirma, die, aanvullend aan het eigen personeel dat het onthaal en ticketting verzorgt, de specifieke bewakingsactiviteiten uitoefent. In bepaalde gevallen is het misschien efficiënter of biedt het een tijdelijke oplossing om een overgangsperiode te overbruggen.
  • ofwel richt u een eigen interne bewakingsdienst op, zodat het eigen personeel op voor het publiek toegankelijke plaatsen bepaalde van de bovenvermelde bewakingsactiviteiten ten behoeve van de eigen organisatie mag uitoefenen.

Welke plichten brengt de interne bewakingsdienst met zich mee?
Een interne bewakingsdienst moet vergund zijn door de FOD Binnenlandse Zaken.
De vergunning wordt telkens verleend voor een termijn van vijf jaar, waarna ze kan worden vernieuwd. De vergunning wordt verleend voor één of meerdere soorten bewakingsactiviteiten. De aanvrager, uw organisatie dus, moet voldoen aan een aantal vergunningsvoorwaarden:

  • de minister van Justitie moet over de aanvrager een advies hebben uitgebracht; dit advies is gebaseerd op gerechtelijke antecedenten of inlichtingen van de Veiligheid van de Staat;
  • de aanvrager moet een verzekeringsattest hebben dat aantoont dat de activiteiten van de interne bewakingsdienst gedekt zijn door een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid;
  • de aanvrager moet het bewijs leveren dat minstens één persoon in de interne bewakingsdienst voldoet aan de voorwaarden voor opleiding voor leidinggevend personeel en minstens één persoon voldoet aan de opleidingsvoorwaarden, vereist voor de uitoefening van de activiteiten, waarvoor een aanvraag is ingediend;
  • de aanvrager moet het bewijs leveren dat de interne bewakingsdienst beschikt over de infrastructuur en het materiaal aangepast aan elk van de activiteiten waarvoor ze een vergunning vraagt; deze bestaat in elk geval uit een afzonderlijk en beveiligd lokaal op een exploitatiezetel waar voldoende communicatiemogelijkheden aanwezig zijn met politiediensten en met een beveiligingssysteem voor de klantendossiers en andere confidentiële gegevens.

De vergunning wordt verleend volgens een specifieke vergunningsprocedure. De aanvraagprocedure wordt opgestart door een aanvraagdossier te versturen per aangetekende brief aan de Minister van Binnenlandse Zaken. Alle aanvragen worden gericht aan de FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie, Veiligheids- en Preventiebeleid, Directie Private Veiligheid, Waterloolaan, 76, 1000 Brussel.

De aanvraag bevat volgende stukken:

Voor alle aanvragers

  • een duidelijke vermelding van de activiteiten voor de welke een vergunning wordt aangevraagd;
  • een lijst van leidinggevend en uitvoerend personeel met opgave van naam, voornamen, geboortedatum, nationaliteit en volledig adres;
  • het bewijs dat voldaan is aan de technische uitrusting waaraan interne bewakingsdiensten moeten voldoen.
  • het verzekeringsattest
  • het bewijs dat minstens één persoon in de interne bewakingsdienst voldoet aan de voorwaarden inzake opleiding voor leidinggevend personeel en minstens één persoon voldoet aan de opleidingsvoorwaarden, vereist voor de uitoefening van de activiteiten, waarvoor een aanvraag is ingediend.

Bijkomend voor rechtspersonen

  • oprichtingsakte en de statuten;
  • lijst van personen die in de raad van bestuur zitten met opgave van naam, voornamen, geboortedatum, nationaliteit en volledig adres.

(Voor alle personen wiens naam wordt vermeld in het dossier dient een getuigschrift van goed zedelijk gedrag te worden bijgevoegd (of een gelijkwaardig getuigschrift omtrent de personen die hun woonplaats hebben in het buitenland) dat niet meer dan zes maanden oud mag zijn.)

Het bewakingspersoneel van de interne bewakingsdienst moet een specifieke opleiding gevolgd hebben en geslaagd zijn voor een examen. Erfgoedbewakers moeten immers over een bekwaamheidsattest beschikken. Dankzij een project van de VMV werd bij de federale overheid een aanpassing van de algemene opleiding tot bewakingsagent bekomen. In januari 2005 werd dan ook een voorstel voor een aangepaste opleiding ingediend. Dit voorstel werd op 18 januari 2007 als koninklijk besluit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad (Hoofdstuk V, artikel 21). Het artikel 21 dat verplicht tot de opleiding erfgoedbewaker is momenteel in werking getreden. Indien een 'permanente instelling van publiek recht die cultureel erfgoed beheert' een interne bewakingsdienst wil oprichten, moeten de suppoosten een 'bekwaamheidsattest bewakingsagent-erfgoedbewaker' behalen. De opleiding erfgoedbewaker telt 68 lesuren en moet bij een erkende opleidingsinstelling gevolgd worden. De suppoosten die al een bekwaamheidsattest als bewakingsagent hebben, dienen enkel één bijzonder vak over 'interventie in cultuurinstellingen' bij te volgen. We benadrukken hier wel dat het koninklijk besluit enkel van toepassing is op permanente erfgoedinstellingen van publiek recht. De verkorte opleiding tot erfgoedbewaker is dus niet van toepassing op privaatrechtelijke organisaties. Hun bewakingsagenten moeten de volledige opleiding van 132 lesuren gevolgd hebben.

Om de opleidingen te mogen aanvatten, dienen de kandidaten wel aan een aantal voorwaarden te voldoen. Men moet ook slagen voor een psychotechnisch onderzoek. Meer informatie hierover in het artikel 8 van het KB. Elk lid van het het bewakingspersoneel van de interne bewakingsdienst dient te beschikken over een identificatiekaart. De aanvraag voor een identificatiekaart gebeurt door de interne bewakingsdienst bij wie de erfgoedbewaker zal worden tewerkgesteld. Hiervoor zal de organisatie volgende documenten moeten doorgeven:

  • een recente pasfoto
  • een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, maximum zes maanden oud
  • uitsluitend voor bewakingsagenten: een bewijs van gunstig medisch onderzoek
  • uitsluitend voor bewakingsagenten: een bewijs van gunstig psycho-technisch onderzoek
  • getuigschrift(en) van de gevolgde opleiding(en)
  • de instemming met een veiligheidsonderzoek

De identificatiekaarten worden aangemaakt door de FOD Binnenlandse Zaken.

Jaarlijks moet er een activiteitenverslag ingediend worden bij de minister van bInnenlandse zaken. Elke interne bewakingsdienst moet jaarlijks aan de minister van Binnenlandse Zaken een activiteitenverslag overmaken. In de praktijk krijgt elke onderneming een blanco activiteitenverslag door de FOD Binnenlandse Zaken toegestuurd. De onderneming vult het verslag in en stuurt het terug uiterlijk op 31 januari volgend op het kalenderjaar waarop het activiteitenverslag betrekking heeft. Voortaan is het ook mogelijk om het activiteitenverslag in te vullen via het e-loket van de Directie Private Veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken. Een interne bewakingsdienst moet een jaarlijkse retributie betalen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarlijkse retributies en de bedragen die éénmalig moeten betaald worden voor een aanvraag tot vergunning, namelijk 495,79 EURO. Als het maatschappelijk doel van de organisatie waarvan de interne bewakingsdienst deel uitmaakt cultureel van aard is, bedraagt de jaarlijkse retributie per afzonderlijk bewaakte vestiging 123,95 EURO.

Welke rechten brengt de interne bewakingsdienst met zich mee?
Erfgoedbewakers hebben niet meer bevoegdheden dan een particulier persoon. Algemene beginselen als ‘wettige verdediging’, bijstand aan een persoon in nood, en het staande houden van personen die door de bewakingsagent of toezichthouder zelf op heterdaad betrapt worden op het plegen van een wanbedrijf of een misdaad, zijn ook van toepassing op de erfgoedbewaker.

Voorts is een bijzondere bevoegdheid voorzien voor bewakingsagenten die activiteiten van persoonscontrole uitoefenen. Deze personen kunnen, mits toestemming van de burgemeester van de gemeente of stad waar de toezichtsactiviteiten uitgeoefend worden, een oppervlakkige controle van kledij en handbagage uitvoeren.

Uitgebreide informatie over wat een erfgoedbewaker nu precies mag en niet mag vindt u op de website van Vigilis.

Tijd om te regulariseren?
Om binnenkort een snelle en vlotte regularisatie van ervaren erfgoedbewakers en leidinggevenden aan te moedigen, voorziet het koninklijk besluit een overgangsmaatregel voor de organisaties van publiek recht. Voor alle erfgoedorganisaties die binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van het KB een aanvraag tot erkenning als interne bewakingsdienst indienen bij de FOD Binnenlandse Zaken, geldt dat leidinggevenden en erfgoedbewakers die sinds 1 januari 1999 in dienst zijn, geen examens moeten afleggen (artikel 108). De opleiding moet wel door iedereen worden gevolgd, maar de attesten worden zonder verplichte examens uitgereikt indien de betrokkene alle lessen heeft bijgewoond. De deadline waarvan sprake in artikel 108 viel einde december 2007. Momenteel is echter nog niet duidelijk welke opleidingscentra de vorming zullen organiseren. Bovendien dient de minister nog eindtermen vast te stellen.

In bijlage vindt u een getuigenis van Clement Caremans, coördinator stafdienst musea, bewaarbibliotheken en erfgoed, die werd voorgebracht op de infomiddag van de VMV: “Bewakingswet voor erfgoedbeheerders” op 19/09/2005 (vóór de totstandkoming van de aangepaste opleiding voor erfgoedbewakers) te Brussel.

Meer informatie vindt u op de website van Vigilis

Mechanische beveiliging
Over het algemeen bestaat een efficiënte beveiliging uit een combinatie van verschillende beveiligingsconcepten. In relatie met de twee hierboven beschreven beveiligingsconcepten moeten de mechanische beveiligingsmaatregelen, zoals vitrines, veiligheidsglas, hang- en sluitwerk, in dit geheel zijn aangepast aan de gewenste beveiligingsgraad en aan de aard en waarde van de te beveiligen cultuurgoederen.

Elektronische beveiliging
Meer en meer nemen de elektronische beveiligings- en detectiesystemen een prominente plaats in binnen het totale beveiligingsconcept. In het bijzonder voor de branddetectie, en voor de inbraakdetectie tijdens sluitingstijd. Elektronische systemen worden eveneens ingezet tijdens de openingstijden voor vitrine- en objectbeveiliging. Het in gebruik nemen van een alarmsysteem is onderworpen aan wettelijke voorschriften, opgemaakt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen. Deze wettelijke voorschriften en normen omschrijven de taken van de alarminstallateur, deze van de gebruiker en de richtlijnen betreffende de ordediensten.

Als voornaamste verplichtingen voor de gebruiker van een elektronische beveiliging gelden dat elk systeem geïnstalleerd moet worden door een erkende installateur en dat de gebruiker zich binnen vijf dagen na installatie moet aanbieden bij de korpschef van de gemeentepolitie met zijn gebruikersboekje. Indien de gebruiker het alarmsysteem zelf heeft geïnstalleerd mag dit pas in werking worden gesteld na voorafgaande keuring door een erkende installateur.

Het in werking stellen van een alarmsysteem wordt afhankelijk gesteld van het sluiten van een onderhoudscontract. Bij elk alarmsysteem dient een gebruikersboekje voorhanden te zijn op de plaats waar het alarmsysteem is geïnstalleerd. Een jaarlijks onderhoud is verplicht en rechtstreekse alarmmelding naar de politie is verboden, ofschoon een afwijking mogelijk is voor publiekrechtelijke personen. Er geldt een voorafgaande verificatieplicht, dit wil zeggen dat de gebruiker, zijn contactpersoon of een bewakingsagent ter plaatse verifieert alvorens de politie op te roepen. Een technische verificatie door de meldkamer kan ook. De eigenaar of aangestelde moet (binnen 30 minuten) aanwezig zijn om de politie binnen te laten en het alarm te kunnen uitschakelen.

Steeds meer wordt beroep gedaan op camerabewaking bij de beveiliging tegen inbraak, diefstal en vandalisme. Weet dat het maken van video-opnames van personen beschouwd wordt als een geautomatiseerde verwerking van personengegevens en dus valt onder de wet op de privacy (wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens). Aangifte bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is verplicht. Bovendien zouden de personen die onder cameratoezicht staan hierover geïnformeerd moeten worden, vanuit het beginsel dat camerabewaking moet beantwoorden aan een duidelijke en gerechtvaardigde doelstelling. Het cameratoezicht op voor het publiek toegankelijke plaatsen kan indien dit gebeurt ter voorkoming en de vaststelling van inbreuken op de veiligheid op personen en goederen.

De afdeling Ruimte en Erfgoed van de Vlaamse Overheid heeft sinds geruime tijd een eigen elektronisch beveiligingsconcept ontwikkeld, waaraan een eigen centrale en eigen soft- en hardware is gekoppeld. 

Meer over dit systeem leest u in de desbetreffende omzendbrief of verneemt u van Robert Buelens, consulent beveiligingswerken (robert.buelens@rwo.vlaanderen.be; t +32 16 21 12 01).

Psychologische beveiliging
Akoestisch alarm bij het aanraken van object, het dunne nylon touwtje gespannen boven de zitting van een kostbaar zitmeubel, het klassieke museumtouw als discreet signaal om afstand te houden, een hoger dan handbereik opgehangen schilderij, de strakke moderne loper die het wandelpad markeert in het historische huis, de zichtbaar opgestelde monitor met beelden van de bewakingscamera's, de nep-bewakingscamera: het zijn evenzoveel variaties op het thema ‘psychologische beveiliging’.

 

Terug naar dossier veiligheidszorg