Ouders aan zet
Ouders aan zet: meer tips over hoe je ouders tegemoet kan komen
Opgelet, vandaag de dag bestaan er meer gezinsvormen dan het traditionele gezin. Een vader getuigt vanuit zijn ervaring als nieuw samengesteld gezin: “Toen de kinderen een knutselwerkje maakten voor hun grootouders, ging dat mee naar huis met de mama.” De grootouders van die (biologische) papa van de kinderen bleven dus in de kou staan. Geef je na afloop iets mee met de kinderen voor de (groot)ouders, hou er dan rekening mee dat sommige kinderen misschien graag een veelvoud willen meenemen. Begin brieven of mails gericht aan ouders ook niet met ‘beste mama en papa’, maar liever met ‘beste ouder(s)’. Post je uitnodigingen voor je gezinsactiviteiten geregeld via de boekentassen van kinderen op school? Zorg dat kinderen dan meerdere uitnodigingen in de boekentas kunnen meenemen, indien ze dat wensen. Het is belangrijk dat je aangeeft iedere gezinsvorm te respecteren (samengestelde gezinnen, eenoudergezinnen, homogezinnen…). 5,2 tot 7% van de gezinnen zijn nieuw samengestelde gezinnen, en 9,5 tot 10% van de kinderen leeft in een stiefgezin.
Een klassieke omschrijving van ‘het gezin’ is dus lang niet meer aan de orde. Wel kunnen we ervan uitgaan dat wanneer we voor en met gezinnen werken, dat in een gezin alle leden een band hebben met elkaar. Het is de plaats waar kinderen gevormd worden, waarden leren, bescherming krijgen en gewaardeerd worden om wie ze zijn.
Extra aandachtspunten om bij de begeleiding van ouders rekening te houden:
- Ouders moeten zich kunnen voorbereiden voor ze bij jou over de drempel komen. Ouders willen weten aan welk soort activiteiten ze zich kunnen verwachten. Alle informatie die noodzakelijk is voorafgaand aan een bezoek, moeten ze dus via website of folder kunnen terugvinden: zowel praktische zaken over bereikbaarheid, onthaal, omkadering, maar ook alle inhoudelijke informatie over je aanbod en activiteiten.
- Geef ouders suggesties wat ze na het bezoek nog met de kinderen kunnen doen. Wat kunnen ze bv. thuis kunnen gebruiken bij het aanleren of oefenen van alledaagse klusjes, zoals het klaarzetten van de tafel, borstelen, was opvouwen…
- Betrek ook zeker de grootmoeders. Zij nemen heel vaak de zorg voor de kleinkinderen voor hun rekening. Organiseer bv. een aparte activiteit voor grootmoeders en hun kleinkinderen.
- Zorg dat ouders zich bij jou op hun gemak voelen. Als ze zich niet al te veel zorgen hoeven maken dat hun kinderen brokken kunnen maken… dan zullen de ouders zich ook sneller engageren in de activiteiten. Een reden te meer dus om je kostbare en breekbare voorwerpen weg te nemen – of beter te beschermen.
- Verwacht je dat ouders bepaalde uitleg of instructies geven aan hun kinderen? Hou je uitleg voor ouders dan ook zo beknopt en bondig mogelijk zodat ze dit snel kunnen doornemen.
- Maak duidelijk dat ze niet lang moéten blijven. Kinderen hebben een korte spanningsboog. Geef aan wat interessante mogelijkheden zijn bij een kort bezoek (door bv. favorieten van andere gezinnen weer te geven). Beter een kort bezoek en eventueel nog een keertje terugkomen.
Vaak beschikken instellingen wel over faciliteiten, maar communiceren ze dit niet expliciet. Gevolg: gezinnen weten niet dat er een aanbod is voor hen. Goed communiceren is dus cruciaal. Geef o.a. mee:
- Wanneer gezinnen het museum/het archief/de bibliotheek/jouw plek kunnen bezoeken: heel het jaar door en/of op bijzondere tijdstippen speciaal voor hen (bv. zondagmiddag?).
- Hoe ze het museum/enz. kunnen bezoeken. Kunnen ze starten waar ze zelf willen, of kinderen de route laten bepalen? Het is wel handig een plattegrond mee te nemen, die verkrijgbaar is aan het onthaal.
- Ouders kennen hun kinderen het best. Zij weten precies wat ze doorgaans leuk vinden, waarin ze geïnteresseerd zijn. Als organisatie kan je suggesties aanreiken (‘wat je zeker moet gezien hebben!’, of wat andere gezinnen bv. doen of als ‘favoriet’ aangeven…)
- Geniet ervan! Je bezoekers hoeven niet alles te zien, te doen, te lezen, te begrijpen… Bekijk, doe wat ouders én kinderen leuk vinden en interesseert.
- Bied de kans aan kinderen om tussendoor ook even te ontspannen. Laat ze even naar buiten gaan, of laat ze rennen in een mogelijke vrije speelruimte.
- Deel expliciet mee dat hun opmerkingen en gedachten er toe doen! Moedig hen aan om met elkaar te praten over hetgeen ze zien, wat ze denken…
- Geef aan dat het personeel aanspreekbaar is (geef aan hoe je personeel kan herkennen)
- In welke toiletten er luiertafels zijn… En waar kunnen jonge moeders borstvoeding geven?
- Voor welke activiteiten inschrijven al dan niet nodig is. Indien inschrijven niet nodig is, maar de activiteit blijkt volzet, denk na welke alternatieven er zijn.
- Toon foto’s van activiteiten via de gratis fotowebsite flickr.com
- Geef aan welke activiteiten/programma’s geschikt zijn om met het hele gezin te doen. Of welke aparte activiteiten speciaal ontwikkeld zijn voor gezinnen.
- Communiceer ook wat de (educatieve) waarde van je activiteit is voor hun (kleine) kinderen (b.v. taalvaardigheid, woordenschat, muzisch-creatieve vorming, lichamelijke expressie…). Vertel ook iets over de waarde van spelen en de invloed daarvan op het leren, en hun rol als belangrijkste ‘leerkrachten’ voor hun kinderen hierbij.
- Ticketprijzen en familievoordelen (drankjes, winkel, inkom bij andere musea/initiatieven, b.v. gratis terugkom, kind dat met de klas is geweest krijgt gratis kaartjes voor ouders, …)
Ouders waarderen daarnaast ook:
- Veiligheid voor kinderen/maatregelen (trapleuningen, afscherming open ramen…)
- Parkeerruimte voor kinderwagens, kinderfietsjes
- Toiletten duidelijk aangegeven, zodat ouders er snel bij kunnen met de kinderen wanneer het (hoog)nodig is
- Overal voldoende papieren, doekjes en servetten
- Parking met specifieke plaatsen voor gezinnen
- Duidelijke info over hoe gezinnen met het openbaar vervoer kan komen
- Kaartjes van de omgeving kunnen afgedrukt worden
- Gezondheid is, net als netheid, erg belangrijk. Zorg voor gezond eten en hygiënisch materiaal (speelgoed, verkleedkleren) dat geregeld wordt gereinigd – laat dit ook aan ouders weten.
- Indien er een ‘onveilige’ ruimte is, werk dan met een touw: laat kinderen het touw vasthouden en de volwassene zo met de kinderen door de ruimte lopen.
- Houd alles netjes en ordelijk. Want als alles ‘overhoop’ staat kan dat afschrikken. Tracht een aparte ruimte te voorzien waar je tussendoor rommel en vuilnis kwijt kan; of plaats een kamerscherm.
- Veiligheid: gezondheid en veiligheid bij het gebruik van materialen, gezondheid en veiligheid bij bezoek en voldoende supervisie, het nemen en gebruik van foto’s van kinderen?
Bronnen en meer info:
- L. BORMANS (red.), Gezinsvormen, IN: Klasse voor leerkrachten, 205, mei 2010, pp.57-73.
- T. DOWNEY, Family business, IN: Rethinking Learning: Museums and Young People. A Collection of Essays, Edinburgh, MuseumsEtc, 2010, p.180.
- Hanne BLOMME, Joke FOSSAERT, Geen handjes op de vitrine,… of toch? Met kleuters naar het museum, KATHO, Departement lerarenopleiding - PHO, academiejaar 2009-2010, p.21. [eindproef]
- F. GODFREY, How red is red? A toolkit for Art in the Early Years, London, Engage, 2010.