-6 jaar
Tijdens het eerste anderhalve levensjaar hebben kinderen nood aan een rijke en tezelfdertijd afgebakende speelomgeving met veel prikkels, speelgoed en speeltjes die hen aanzetten om te kijken, luisteren, proeven, ruiken, voelen, grijpen, kruipen… Speelgoed en speeltjes met verschillende kleuren, vormen, klanken, materialen zijn dus uitermate geschikt.
Wat je met de allerjongsten kan doen: blokken stapelen, kijken in de spiegel, iets in een doosje steken en er weer uit halen, dieren aanwijzen in een boekje, rijmen, zingen, een bal laten rollen… Naarmate het kind ouder wordt, kan het aandachtiger boeken bekijken, maar ook puzzelen, naar poppenspel kijken, dingen op een rij zetten, kleuren herkennen, tot tien tellen, springen, dansen, letters natekenen, tegen een bal trappen, dingen stapelen of vullen. Kinderen gaan van dan af ook zichzelf en leeftijdsgenootjes ontdekken.
Vanaf de kleuterleeftijd ontwikkelen kinderen de competenties tot actief leren. Ze maken zich de taal eigen om te kunnen denken en om te kunnen communiceren. Tijdens de kleuterleeftijd worden tal van nieuwe woorden geleerd, ze leren tellen en hun omgeving kennen. Voor deze leeftijdsgroep is het vooral door te spelen dat ze leren! Of door dingen te doén. Het komt er dus op aan in je activiteiten zoveel mogelijk zintuiglijke ervaringen en doe-activiteiten te integreren. Denk aan koken, bouwen, verkleden, mengen, wegen, kijken naar vormen, texturen en kleuren, tellen, sorteren. Ook beweging is erg belangrijk. Kleuters raken graag dingen aan. Overweeg of je objecten ter beschikking kan stellen om aan te raken, of replica’s, of andere uitnodigende materialen… Variatie in het spel is broodnodig, want de spanningsboog van de aandacht van kleuters is zeer klein.
Een kleuter heeft bovendien nog geen bewustzijn van tijd. Het heeft geen zin om te vragen welk voorwerp het oudst is bijvoorbeeld. Op vijfjarige leeftijd beseffen kinderen wel dat er een tijd is geweest voor het ‘nu’, zoals de tijd dat ze nog een baby waren, of de tijd wanneer hun mama of papa nog kind waren. Deze leeftijdsgroep beseft dat de gebouwen, straten… er toen anders uitzagen. Situeer je verhaal ‘heel heel lang geleden, toen oma en opa nog niet geboren waren’. Uiteraard zijn jaartallen nog veel te abstract voor hen.
Sociaal gezien voelt een vierjarig kind zich doorgaans op zijn gemak in het gezelschap van een bekende en onbekende (bv. begeleider) volwassene. Kinderen kunnen vanaf 4,5 jaar ook samenwerken met andere kinderen van diezelfde leeftijd, om bijvoorbeeld samen op zoek te gaan naar puzzelstukken.
Als begeleider hoef je kinderen ook niet altijd expliciet te zeggen wat ze kunnen doen. Je kan zelf gewoon starten met iets, schilderen bijvoorbeeld, en kinderen zullen er al snel bij komen zitten en meedoen. Leg alles al doende uit: laat kleuters het spel uitproberen tijdens de uitleg. Ook mama’s en papa’s zijn geschikte partners om een spel of opdracht met succes te introduceren bij kleuters. Betrek hen als eerste. Want als de ouders meedoen, is de drempel voor kleuters meteen veel kleiner om te partciperen. Neem zeker ook steeds de tijd om te bekijken wat kinderen hebben gemaakt of gepresteerd en om het te waarderen.
Kies in je activiteiten voor opdrachten:
- die aansluiten bij voorbereidend lezen: rijmen in liedjes en gedichtjes, gelijke zaken herkennen (memory, domino…), lettervormen herkennen, hoe een boek te hanteren (van links naar rechts…), luisteren naar verhalen.
- die voorbereiden op rekenen: tellen (trappen, aantal voorwerpen in een vitrine…), meten, schatten, getallen herkennen of zoeken.
- die de motoriek stimuleren: tekenen, schilderen, met verschillende penseeltjes en materialen werken, labyrinth volgen… Laat hen bijvoorbeeld op heel grote of op heel kleine schaal werken.
- die vormen leren kennen: mobielen maken, origami, boetseren, dikke/dunne lijnen trekken…
Mogelijke kijkopdrachten en vragen bij een tentoonstelling:
- Ik zie, ik zie wat jij niet ziet…
- Wat vind je het mooiste?
- Hoe zou het voelen als…?
- Waar leidt deze weg naartoe?
- Zoek de verschillen tussen…
- Hoeveel appels zie je?
- Welke dieren zie je?
- Kan je iets vinden dat klein en rood is?
- …
Wees je ervan bewust dat een kleuter alles vanuit kikkerperspectief bekijkt: op een LCD-scherm dat te hoog hangt, kan een kleuter niet zien wat wordt getoond. Een spot op een schilderij kan het werk voor een kleuter ook ‘onzichtbaar’ maken. Een kleuter zal bovendien ook enkel die dingen zien die hij kent, wat hij niet kent; zal hij effectief ook niet zien.
Bronnen en meer info:
- Hanne BLOMME, Joke FOSSAERT, Geen handjes op de vitrine,… of toch? Met kleuters naar het museum, KATHO, Departement lerarenopleiding - PHO, academiejaar 2009-2010, p.6. [eindproef]
- Anne MILKERS, Kijken met de ogen van een kleuter, IN: Limburgs erfgoed, september 2009, p.3. [Verslag van de inspiratiedag voor museummedewerkers te Hasselt in het Stadmus, begeleid door Karel Moons van de Veerman, september 2009]