Thema | Verweesde werken (orphan works)

Een verweesd werk (of ‘orphan work’) kan worden gedefinieerd als een door het auteursrecht beschermd werk (of door een naburig recht beschermde prestatie), waarvan de auteursrechthebbende niet kan worden geïdentificeerd en/of gelokaliseerd, door iemand die van dit werk gebruik wil maken en hiervoor de vereiste toestemming zoekt. In een dergelijke situatie kan de gebruiker beslissen om ofwel van het werk geen gebruik te maken, ofwel het werk toch te gebruiken (bv. digitaliseren en online mededelen via internet) en het risico te nemen om eventueel navolgend veroordeeld te worden tot het betalen van een schadevergoeding aan de rechthebbende die toch zou opduiken. In het eerste geval wordt waardevol cultureel materiaal niet gebruikt. Niet alleen de gebruiker zelf maar ook de gehele samenleving is hiervan het slachtoffer, aangezien niemand zal kunnen genieten van het hergebruik van werken. Dit is duidelijk niet in het algemeen belang, zeker niet in situaties waarin de rechthebbenden zich niet zouden verzet hebben tegen dit gebruik, indien zij wel zouden gelokaliseerd geweest zijn.

De problematiek van verweesde werken is in belangrijke mate tijdgerelateerd. Alhoewel ieder werk een ‘wees’ kan worden, ongeacht zijn leeftijd, situeren de meeste problemen zich bij ‘oude’ werken, werken die niet langer gepubliceerd of beschikbaar worden gesteld of werken van onbekende origine. Over het algemeen kan gesteld worden dat hoe ouder een werk is, hoe meer waarschijnlijk het is dat het een verweesd werk kan worden.  

Het is belangrijk om te benadrukken dat het probleem van verweesde werken zich enkel voordoet wanneer de toestemming van de rechthebbende vereist is. Dit is niet het geval voor materiaal dat zich in het publiek domein bevindt, zoals werken waarvan de auteursrechtelijke beschermingstermijn verstreken is (zijnde 70 jaar na het overlijden van de auteur, als die bekend is). Ook wanneer een uitzondering op het auteursrecht kan worden aangegrepen, stelt het probleem zich niet. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de uitzondering van artikel 22 §1, 8° Auteurswet, dat de reproductie door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, musea en archieven toelaat voor bewaring of preservatie van de werken uit hun collecties. Digitalisering (maar niet de online mededeling!) van verweesde werken voor preserveringsdoeleinden is dus legitiem perfect mogelijk.

Momenteel wordt door de Europese Commissie gewerkt aan het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken. Het Samenwerkingsverband Auteursrecht & Samenleving (SA&S) en de Gebruikersgroep auteursrecht en cultureel erfgoed hebben een standpunt geformuleerd over dit voorstel. De ondertekenaars zijn zowel individuele musea, bibliotheken en archieven als branche- en belangenorganisaties die werkzaam zijn ten behoeve van de Vlaamse erfgoedsector.

Op Europees niveau werkt men dus momenteel aan een oplossing voor de verweesde werken. Deze oplossing kan twee richtingen uit: men kan ze baseren op extended collective licensing of op een nieuwe uitzondering op het auteursrecht:

Het systeem van extended collective licensing (ECL) is gebaseerd op het collectieve rechtenbeheer en dekt op een juridische manier de belangen van de niet-vindbare auteurs of rechthebbenden. Een ECL dekt het gebruik van werken van rechthebbenden die niet worden vertegenwoordigd door collectieve beheersvennootschappen. Het biedt gebruikers de zekerheid dat ze op een legale manier werken kunnen kopiëren en toegankelijk maken zonder de dreiging van aanspraken van individuele rechthebbenden die niet zijn aangesloten bij collectieve beheersvennootschappen. Wanneer een collectieve beheersvennootschap representatief is voor rechthebbenden in een bepaald domein, wordt verondersteld dat ze optreedt voor alle rechthebbenden in dat domein. De werken van alle rechthebbenden in dat domein (in binnen- of buitenland) worden verondersteld deel uit te maken van het repertoire van de collectieve beheersvennootschap, tenzij de rechthebbende er specifiek voor kiest niet deel te nemen aan dit ECL-systeem. Wanneer een rechthebbende niet wil deelnemen aan het ECL-systeem, dient hij expliciet te verklaren dat hij of zij niet wil worden vertegenwoordigd onder een uitgebreide collectieve licentie. Rechthebbenden die verkiezen het systeem te verlaten, zullen niet langer worden gedekt door de uitgebreide collectieve licentie. Het ECL-systeem heeft als voordeel voor de rechthebbenden dat het een vergoeding voor de rechthebbende verzekert, aangezien hun werken worden verondersteld deel te zijn van het repertoire van de relevante collectieve beheersvennootschap. Het systeem heeft als voordeel voor de erfgoedinstellingen dat het een grote rechtszekerheid biedt, alsook een tijdswinst en een kleine werklast (de erfgoedinstellingen moeten immers geen uitgebreide zoektocht naar de rechthebbenden meer ondernemen). Tegelijkertijd heeft het ECL-systeem het nadeel dat de erfgoedinstellingen dreigen een licentievergoeding te moeten betalen voor werken waarvan de rechthebbenden nooit zelf aanspraak zouden maken op een vergoeding.

Het alternatief voor extended collective licensing is van het gebruik van verweesde werken een nieuwe uitzondering in de auteurswet te maken. Dit systeem heeft als voordeel dat erfgoedinstellingen geen licentievergoeding zullen moeten betalen voor werken waarvan de rechthebbenden niet zelf een aanspraak maken op een vergoeding. Het nadeel is dat men zal worden verplicht om een dilligent search te ondernemen als men aanspraak wil kunnen maken op de uitzondering. Een dilligent search is een zoektocht naar de rechthebbende(n), die volgens bepaalde vooropgestelde criteria wordt verricht. Gangbare criteria zijn:

  • de zoektocht dient het gebruik vooraf te gaan;
  • de zoektocht dient titel per titel of werk per werk te gebeuren;
  • alle relevante bronnen dienen te worden geraadpleegd tijdens de zoektocht;
  • een aankondiging van de zoektocht wordt gepubliceerd waarbij de auteur wordt gevraagd zich kenbaar te maken;
  • het zoekproces wordt gedocumenteerd;
  • indien het werk wordt geëxploiteerd, wordt de exploitatie vergezeld van een verklaring dat het werk nog steeds beschermd is, maar dat de auteur niet kon worden gelokaliseerd.

Een dergelijke diligent search is tijds- en arbeidsintensief. Het kost dus geld en duurt lang. Tegelijkertijd biedt deze oplossing van een nieuwe auteursrechtelijke uitzondering de erfgoedinstellingen echter de mogelijkheid om aan een zekere vorm van risicobeheer te doen en bijvoorbeeld niet voor ieder individueel werk een dilligent search te verrichten. Voor bepaalde werken is de kans immers zeer klein dat er alsnog een rechthebbende zal opduiken. De oplossing van een uitzondering biedt wel een kleinere rechtszekerheid dan het ECL-systeem.

Zodra op Europees niveau een oplossing is uitgewerkt, zal deze nog moeten worden geïmplementeerd in de nationale wetgeving van de verschillende Europese landen vooraleer ze juridisch van kracht wordt.

Meer informatie

  • Rapport Verweesde werken: een proeve van een Belgische oplossing, augustus 2011, opgesteld in opdracht van FARO door advocaat Joris Deene.
  • Artikel Verweesde werken: naar een Europese oplossing? In: faro | tijdschrift over cultureel erfgoed, 4(2011)2, p. 39-44.
  • De Nederlandse vertaling van het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (versie 26 mei 2011).
  • Opmerkingen bij het voorstel van richtlijn, standpunt van SA&S  en de gebruikersgroep cultureel erfgoed en auteursrecht, augustus 2011.