Thema | Auteursrecht: algemene informatie

(Zie ook: Contracteren rond auteursrechten, J. Deene, juni 2011)
Het auteursrecht wordt in België in hoofdzaak geregeld door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (hierna de ‘Auteurswet’ genoemd). De Auteurswet werd sinds 1994 herhaaldelijk gewijzigd, mede door de omzetting van diverse Europese richtlijnen die bepaalde auteursrechtelijke materies binnen de Europese Unie hebben geharmoniseerd. De gecoördineerde en dus meest actuele versie van de Auteurswet kan worden teruggevonden op de website van de Belgische Vereniging voor Auteursrecht (onder de rubriek wetgeving).

Wat wordt door het auteursrecht beschermd?
De Auteurswet spreekt in artikel 1 over ‘een werk van letterkunde of kunst’, en in verdere artikelen over foto’s, databanken, werken van letterkunde, geluidswerken, audiovisuele werken, partituren etc. In het algemeen kan worden gesteld dat zeer veel creaties onder het auteursrecht vallen: een foto, een roman, een gedicht, een schilderij, een beeldhouwwerk, een muziekwerk, een toneelstuk etc. Een aantal principes zijn echter wel belangrijk om enige afbakening te geven: een idee, hoe geniaal dat idee ook moge zijn, wordt niet door het auteursrecht beschermd. Enkel de veruitwendiging, de expressie van een idee in een concrete vorm wordt door het auteursrecht beschermd. Hetzelfde kan worden gezegd over methoden, concepten, stijlen, werkwijzen etc. Dit alles wordt niet door het auteursrecht beschermd en kan nooit worden gemonopoliseerd. Enkel werken die voldoende ‘origineel’ zijn worden door het auteursrecht beschermd. Volgens hogere rechtspraak moet hierbij aangetoond worden dat het om een eigen intellectuele schepping van de auteur gaat. Dit betekent dat een zekere graad van creativiteit moet worden aangetoond, waardoor het werk zich verheft boven banale of triviale expressies. Zo wordt geen bescherming geboden aan facturen, rekeninguittreksels etc. De artistieke waarde van een werk is geen criterium om auteursrechtelijke bescherming toe te kennen. Niet alleen kunst met grote K maar ook kunst met kleine k, kan dus van bescherming genieten. Enkel creaties die door de mens worden gemaakt kunnen door het auteursrecht worden beschermd. Creaties van dieren of robots zijn dus niet beschermbaar. De Auteurswet sluit bovendien officiële akten van de overheid uit van auteursrechtelijke bescherming. Het betreft wetgeving (wetten, decreten, verordeningen etc.) en rechtspraak.

Geen formaliteiten vereist
In tegenstelling tot andere intellectuele rechten (zoals merken, octrooien etc.) dienen er geen formaliteiten te worden verricht (zoals een registratie of depot) om van het auteursrecht te kunnen genieten. Het gebruik van het copyright-eken bijvoorbeeld is dus geen verplichting. De Berner Conventie, een internationaal verdrag waartoe België en 163 andere landen tot zijn toegetreden, verbiedt uitdrukkelijk het opleggen van formaliteiten als voorwaarde om van auteursrechtelijke bescherming te kunnen genieten. Dit betekent dus dat auteursrechtelijke bescherming geboden wordt, zodra een werk is gecreëerd.

Wie kan van auteursrechtelijke bescherming genieten?
Enkel een natuurlijk persoon (een mens van vlees en bloed) die het werk heeft gecreëerd kan de initiële auteursrechthebbende zijn. Het auteursrecht kan dus niet automatisch ontstaan in hoofde van een werkgever of opdrachtgever. Het auteursrecht kan door een natuurlijk persoon desgevallend wel overgedragen worden aan een rechtspersoon zoals een uitgever, een producent, een exploitant, enzovoort, onder de vorm van een vzw, bvba, nv of andere rechtsvorm. Wanneer meerdere auteurs meegewerkt hebben aan de totstandkoming van een werk, dan is er sprake van coauteurschap. Voor het gebruik van dit werk zal dus de toestemming van alle coauteurs vereist zijn.

Hoe lang duurt het auteursrecht?
Auteursrechtelijke bescherming wordt geboden gedurende het volledige leven van de auteur en bovendien tot 70 jaar na zijn overlijden. De 70-jarige beschermingstermijn dient bovendien te worden berekend vanaf 1 januari volgend op het jaar van overlijden van de auteur. Dit betekent dat anno 2011 nog werken worden beschermd waarvan de auteur in het jaar 1940 overleden is.

Welke rechten worden een auteur toegekend?
Het auteursrecht kent twee grote groepen van rechten toe aan auteurs: de vermogensrechten en de morele rechten.

  • De vermogensrechten zijn de rechten op grond waarvan een auteur zijn werk (financieel) kan exploiteren.
  • De morele rechten beklemtonen de intieme band tussen een auteur en zijn werk.

De vermogensrechten kunnen worden onderverdeeld in:

  • Het reproductierecht: de toestemming van de auteur is vereist om een werk gedeeltelijk of geheel te reproduceren (analoog of digitaal kopiëren, inscannen etc.)
  • Het distributierecht: de toestemming van de auteur is vereist om een werk op de markt te brengen. Ook het verhuur- of uitleenrecht valt hieronder.
  • Het publiek mededelingsrecht: de toestemming van de auteur is vereist om een werk aan het publiek mee te delen (radio, televisie, concert etc.) of aan het publiek beschikbaar te stellen (via internet).

De morele rechten kunnen worden onderverdeeld in:

  • Het recht op naamsvermelding: de auteur heeft steeds het recht om te eisen dat zijn naam wordt vermeld bij het gebruik van zijn werk (dan wel dat het werk anoniem of onder een pseudoniem wordt verspreid).
  • Het recht op bekendmaking: de auteur heeft het recht om te beslissen of zijn werk aan het publiek (voor de eerste keer) mag worden bekendgemaakt
  • Het recht op eerbied: de auteur heeft het recht om eerbied te vragen voor zijn werk en zich te verzetten tegen elke wijziging ervan.

Uitzonderingen op de auteursrechten?
In de Auteurswet worden een twintigtal uitzonderingen op de auteursrechten opgelijst (artikel 21-23 Auteurswet). Deze uitzonderingen willen een balans bieden tussen de exclusieve rechten van auteurs en het recht van het publiek op informatieverspreiding en -garing. Een aantal van deze uitzonderingen zijn onder bepaalde voorwaarden voor erfgoedinstellingen bruikbaar, zoals:

  • De preserveringsuitzondering (art. 22 §1,8°): een bibliotheek, museum of archief kan zich enkel beroepen op de preserveringsuitzondering als het om een publiek toegankelijke instelling gaat die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreeft. Bovendien moet het aantal gemaakte kopieën evenredig zijn aan het voor de bewaring van het culturele en wetenschappelijke patrimonium gestelde doel. Dit betekent dat de bibliotheken, musea en archieven werk uit hun collecties mogen migreren naar ieder ander formaat indien dit vereist is voor een geschikte langetermijnbewaring. Een bijkomende voorwaarde is evenwel dat de reproductie niet in de weg mag staan van een normale exploitatie van het werk en dat ze geen onredelijk nadeel mag toebrengen aan de wettige belangen van de auteur. De kopieën die met behulp van de preservering uitzondering worden vervaardigd, blijven eigendom van de instellingen, die zichzelf ieder commercieel of winstgevend gebruik ervan ontzeggen. De auteur kan wel steeds toegang krijgen tot de kopieën wanneer hierbij rekening wordt gehouden met de bewaring van het werk en een vergoeding wordt betaald voor het geleverde werk van de instellingen.
  • De uitzondering voor intra muros exploitatie (art. 22 §1, 9°): een bibliotheek, museum of archief (of onderzoeks- en onderwijsinstelling) kan zich beroepen op de uitzondering voor intra muros exploitatie als de ontsluiting enkel gebeurt voor bezoekers die het materiaal willen raadplegen voor onderzoek of privéstudie. Er kan hierbij evenwel worden verondersteld dat de bezoeker van zulke instellingen deze bezoekt om zijn kennis bij te schaven, en dus noodzakelijkerwijze aan privéstudie doet. De instellingen mogen geen direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven.
  • De uitzondering voor reclamedoeleinden (art. 22 §1, 12°): erfgoedorganisaties kunnen in bepaalde gevallen ook gebruikmaken van de uitzondering voor reclamedoeleinden. Dit kan voor zover het reclame betreft voor de openbare tentoonstellingen (of openbare verkopen) van artistieke werken en voor zover deze reclame noodzakelijk is voor de promotie van die gebeurtenissen, met uitsluiting van enig ander commercieel gebruik. Dit betekent dat na afloop van bijvoorbeeld de openbare tentoonstelling voor de erfgoedorganisatie de mogelijkheid vervalt om zich te beroepen op deze uitzondering.

Gelet op de talrijke voorwaarden die aan deze uitzonderingen worden gekoppeld en de restrictieve interpretatie die door de rechtspraak aan deze uitzonderingen wordt gegeven, kunnen deze uitzonderingen in tal van omstandigheden geen soelaas bieden. De toestemming in de vorm van een schriftelijke overeenkomst met de auteur of andere rechthebbende(n) blijft dan ook meestal noodzakelijk. (Zie voor modelcontracten de bundel Contracteren rond auteursrechten)

Meer informatie: zie links en literatuur.