
Geen enkele archeologisch vondst is zomaar een eeuwig leven beschoren. Deze voorwerpen zijn vaak veel fragieler dan ze eruit zien. Een archeologisch object heeft één belangrijk kenmerk: het werd begraven. Deze eeuwenlange begraving veroorzaakt een zeer specifiek degradatieproces, dat archeologische objecten onderscheidt van niet-begraven objecten. Er zijn tal van, voor het blote oog onzichtbare, chemische en fysische processen aan de gang die we moeten leren begrijpen en een halt toe roepen.
Tegenwoordig biedt de archeologische conservatie tal van mogelijkheden om deze materiële getuigenissen van ons verleden te bewaren. De kennis is er, de middelen echter zijn al te vaak ontoereikend maar hét grote knelpunt is de ontbrekende aandacht voor deze problemen.
Het té lang negeren van specifieke problemen van deze objecten heeft een vernielend effect.
Bovengronds, in een onaangepaste omgeving, verloopt hun degradatieproces veel sneller dan wanneer we eraf waren gebleven. Passieve conservatie is hier het toverwoord. We moeten deze objecten in een aangepaste omgeving bewaren.
Ook na een actieve conservatiebehandeling kunnen deze voorwerpen nooit in eender welke omgeving bewaard of tentoongesteld worden. Onze inspanningen zijn tevergeefs wanneer we het object opnieuw blootstellen aan juist die factoren die zijn verwering veroorzaken.
In de cursus Archeologische conservatie trachten we een aanzet te geven tot het correct bewaren van deze objecten.
samenvatting van de cursus Archeologische conservatie in het depot/museum (Nathalie Cleeren)
Conservatie begint met inventarisatie en wij beginnen ons verhaal met de zogenaamde ‘survey’ waarin de bewaartoestand van een collectie geëvalueerd wordt. Weten we niet welke vondsten we in huis hebben en in welke toestand ze verkeren, dan wordt het erg moeilijk om maatregelen te gaan nemen ter verbetering van hun bewaartoestand.
Daarna gaan we dieper in op de verschillende vormen van verwering waaraan archeologische objecten onderhevig zijn. Pas wanneer we het degradatieproces, waaraan deze objecten onderhevig zijn, leren begrijpen, kunnen we (passief) gaan ingrijpen.
Verder duiden we kort aan welke maatregelen men kan en mag nemen en geven we aan in welke klimatologische omstandigheden deze objecten best bewaard worden. Archeologische objecten vragen algemeen genomen een aangepaste en vooral constante temperatuur en vochtigheidsgraad, een aangepaste (UV)lichtsterkte en een zuurvrije omgeving.
Tenslotte gaan we de macro- en micro-omgeving van onze objecten van naderbij bekijken. Daarop volgen enkele voorbeelden van verpakkingsmaterialen en methodes en een aantal tips, die ons kunnen helpen een correcte omgeving voor onze objecten te creëren.
Als deze objecten het al zo ver gebracht hebben, laten we ze dan ook met alle mogelijke zorgen omringen om hun voortbestaan te garanderen. Het vernielen van archeologisch bewijsmateriaal, door deze vondsten te lang te negeren, is zo pijnlijk gemakkelijk en moet absoluut vermeden worden.
download de cursus Archeologische conservatie in het depot/museum [pdf, 1002 kB] © 2002, I.A.P.
Terug naar dossier Archeologische Collecties